is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1910 (4e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

114

UIT JAPANS MYTHOLOGIE EN GESCHIEDENIS.

onder hen de kennis van haar eigen hulpbronnen, van haar kunst en van de voortbrengselen harer industrie te verspreiden. Het aandeel dat Japan genomen heeft in alle internationale tentoonstellingen, die over de geheele wereld gehouden werden, van af die te Melbourne tot die te Weenen, en van die van Weenen tot die te Philadelphia en te St. Louis, was een der belangrijke uitingen van deze nieuwe staatkunde. Op al deze tentoonstellingen vormde de Japansche afdeeling het meest aantrekkelijke gedeelte, waar de verbaasde menigte gelegenheid vond de artistieke bedrevenheid en het wonderbaarlijke organisatietalent te bewonderen, waardoor het welslagen van elke onderneming, die Japan ter hand nam, verzekerd was. Japans eerste poging op groote schaal was die te Weenen in het begin der zeventiger jaren, zijne laatste en grootste die te St. Louis in 1904, waar zijn vertoon van beschaving en industrie bijna evenveel bewondering wekte als zijn vertoon van kracht en intelligentie op militair gebied te land en ter zee in de vlakten van Mandschoerije en de zee daaromheen. Dit jaar is Londen het tooneel van een alles overtreffend pogen. Niets wat tot dusver door Japan gedaan werd evenaart in omvang en volledigheid den arbeid, dien het nu heeft ondernomen om de Europeanen in staat te stellen, niet alleen tot het bestudeeren van zijn kunst en nijverheid, van zijn economische ontwikkeling en vooruitgang in moderne beschaving, want dit alles werd reeds vroeger gedaan, zij het dan ook niet op zóó'n groote schaal; maar ook tot het bestudeeren van zijne vaderlandsche geschiedenis van de vroegste tijden af aan; van een tijd slechts weinig verwijderd van Rome's stichting af tot aan den huidigen dag toe.

Deze les in de geschiedenis wordt in twaalf tafereelen gegeven, waarvan elk eene bepaalde periode der Japansche geschiedenis voorstelt. Het eerste is een tooneel uit de vroegste periode tijdens de regeering van den eersten keizer, Jimmoe Tenno (660—585 v. Chr.). Het tweede is aan de z.g. Nara-periode (709—784 n. Chr.) gewijd, waarinde invloed der Chineesche beschaving die gedurende de zesde en zevende eeuw was binnengedrongen, het geheele land door, op het gebied van kunst, literatuur, wetgeving en