is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1910 (4e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

björnson's kindsheid en jongelingsjaren.

169

dramatisch dan episch of didactisch. En altijd, zijn geheel avontuurlijk leven door, zullen de echo's van zijne prille jeugd in het woeste bergland en van zijn jongelingschap te midden van krachtige eenvoudige landbouwers, echo's door latere indrukken gewijzigd en versterkt, de door alle gedruisch heen herkenbare grondtoon van zijn geluid en het beste gedeelte van zijn arbeid blijven.

Te Molde, waar Björnson van zijn elfde tot zijn zeventiende jaar de lessen op de Hoogere Burgerschool volgde, was hij een middelmatig leerling. Trotsch op zijn lichaamskracht, strijdlustig vaii aard, was hij in het kleine stadje dat slechts twaalf honderd inwoners telde, met zijne gewild slechte manieren, met zijne neiging tot verzet, de ergernis der burgerij, maar het onbetwiste hoofd van zijne kameraden. Hij was in 't geheel niet lui en bijzonder weetgierig, maar hij haatte allen dwang en eiken regel en zoo ook het onderwijs, omdat het hem niet leerde wat hij juist op het oogenblik weten wilde: „Ik onderging de school," schreef hij later, „omdat we nu eenmaal totdat we volwassen zijn, school moeten gaan; ik zat op de schoolbanken, maar ik las in Snorri." 1

Hij las veel, Fransch, Duitsch, Engelsch, maar in de eerste plaats toch de oude koningssagen. De heldere kleuren, de naïeve en guitige karakterteekeningen, de aantrekkelijke afwisseling en verscheidenheid in de beschrijvingen, die Snorri tot den merkwaardigsten personenschilder van de middeleeuwsche letterkunde maken, de oude zeden, de -ude woorden en de oude spelling, alles trok onzen hoogeren burger aan. Niet het minst, omdat hem meer en meer duidelijk werd, dat deze mannen uit de grijze oudheid

1) Snorri Sturluson (1179 — 1241), hoofd van het aanzienlijke IJslandsche geslacht der Sturlungen, vond in zijn avontuurlijk leven, dat hem een groot deel van zijn leven in Noorwegen deed slijten, nog tijd tot het schrijven van de Heimsskringla of 16 koningssagen, van het oudste gedeelte der jongere Edda, daarom Snorra-Edda genoemd, en van verscheidene andere sagen en gedichten.