is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1910 (4e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TALLEYRAND.

213

was. Zijn rol was afgespeeld, hij was gewoon émigréY geworden. Hij betrok een huis in Kensington Square, dat de gravin de la Chatre, beschreven als „eene verleidelijke vrouw," " te zijner beschikking stelde, en ontving daar tal van oude vrienden, die door den druk der omstandigheden naar Londen gevlucht waren. De stemming onder het publiek in Engeland was zeer opgewonden door de revolutionaire wreedheden, maar steeg na den moord- op Lodewijk XVI den 21sten Januari 1793 tot koortshitte. De schouwburgen werden gesloten, er heerschte een algemeen rouw. Als de koning uitreed, werd hij met den kreet: „Oorlog met Frankrijk" begroet. Een vreemdelingenwet werd aangenomen, en als gevolg daarvan kreeg Talleyrand den 24sten Januari 1794 het bevel om binnen vijf dagen het koninkrijk te verlaten. Toen nam hij zijn toevlucht tot de Vereenigde Staten.

In Amerika bleef Talleyrand iets langer dan twee jaren. Een zeer belangwekkend verhaal van zijn verblijf aldaar vult veertig bladzijden van de Lacombe's nieuwe boek. De beste bron waaruit men hem gedurende dit tijdperk persoonlijk kan leeren kennen, zijn zijne brieven aan Made de Staël. Door het rijkere en meer beschaafde deel van het publiek der Vereenigde Staten werd hij uitstekend ontvangen, hoewel hij, naar men zegt, hun ergernis gaf door zich in het openbaar te vertoonen met eene negerin, die hij tot maitresse had genomen.3 De vertegenwoordiger van Frankrijk, de Jacobijn Joseph Fauchet, belette echter dat hem door den President Washington audiëntie verleend werd. Hij legde zich op de studie der politieke instellingen van de Vereenigde Staten toe, ging na door welke middelen men in dit land spoedig rijk kon worden en verzamelde een massa

uit een brief van Talleyrand aan Lebrun voorkomt, dat eene zelfde verklaring bevat.

1) Zijn naam komt voor op de Liste Générale des Emigrés, den 29sten Augustus 1793 door het Eevolutionaire Gouvernement uitgegeven.

2) La Vie Privée blz. 28.

3) Zie: La Vie Privée blz. 104. De Lacombe zegt: „Deze toepassing van de „Verklaring der rechten van den mensch" was naar het schijnt niet naar den smaak van zijne Washingtonsche medeburgers."