is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1910 (4e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

270

DE NIEUWE TUD EN ZIJN DICHTERS.

tweede de profetie van de nieuwe kuituur. En waarlijk, dezelfde muziek, waarmede Mozart de Anakreontici, Beethoven den Klassieken tijd, Weber en Lortzing de jongere Romantiek, Waguer de door Schopenhauer dieper opgevatte oudere Romantiek ten grave begeleidden, zij viert thans in de laatste opera's van den Neo-romanticus Richard Strausz haar bruisende orgieën aan het doodsbed van de stervende kuituur der „Décadence". Vervult echter de dichtkunst ook in onze dagen haar profetische roeping? Wij willen trachten, op deze vraag een antwoord te geven.

De tijd der techniek die zoo vele nieuwe wegen ontsloot, de wereld der ervaring tot in het oneindige verruimde en ongedachte aardsche heerlijkheden te genieten gaf, en naast haar de aan alle kanten zich opnieuw ontwikkelende natuurwetenschap, uitten zich in de letterkunde door het Naturalisme. Emile Zola gaf er het grootsche, Gerhart Hauptmann het betooverend krachtige, dichterlijk gevoelige karakter aan. Toch had cleze strooming geen lang bestaan, en kon ze dat ook niet hebben. Want maar al te spoedig moest men inzien, dat het consequent doorgevoerde Naturalisme dichter stond bij de photografie dan bij de kunst. En maar al te duidelijk gevoelde men, dat in het Naturalisme niet het laatste woord gesproken was en ook niet gesproken kon zijn over dezen nieuw aanbrekenden kuituurtijd, en dat het aan de dichtkunst nooit den breeden grondslag kon geven, dien zij zoo innig verlangde.

Zoo ontstond de Neo-romantiek als terugslag op het Naturalisme. Uit die gelijkvloersche, alledaagsche, nuchtere, enge sfeer verhief men zich tot het blijde en ruime gebied der schoonheid van vorm, en meende daarin de poëzie van den nieuwen tijd gevonden te hebben.

Inderdaad kreeg de taal door dit nieuwe streven een zoo ongedachte volheid en een zoo onmetelijken rijkdom van uitdrukkingen, werd de formeele kracht der taal zoo oneindig verhoogd, dat zij de meest volledige uitdrukking van het menschelijk gevoel, muziek geworden scheen. Aan de traditie van de oude Romantiek getrouw, ging hiermede een levendig, sterk geloof aan de macht, de vrijheid en de grootheid van de persoonlijkheid gepaard. En een grenzenloos