is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1906 (3e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

28

OVER DE EIGEN WARMTE

De arbeid van groote natuurkundigen der vorige eeuw heeft ons geleerd, dat een der belangrijkste natuurwetten die van het behoud van arbeidsvermogen is: volgens deze wet kan arbeidsvermogen noch geschapen noch vernietigd worden; de eenige verandering, die hier mogelijk is, is een wijziging van den vorm, waaronder het zich openbaart. Warmte is arbeidsvermogen; volgens onze tegenwoordige voorstelling bestaat zij in de beweging van de moleculen en ontstaat zij in ons lichaam door scheikundige processen, met name door de veranderingen, die ons voedsel ondergaat.

Terwijl de warmte van het koudbloedig dier rechtstreeks aan de zon ontleend wordt, komt de onze indirect van dezelfde bron. Immers zijn het de zonnestralen, die de planten in staat stellen, om uit eenvoudige verbindingen, uit koolzuur en zuurstof der lucht, uit de zouten van den aardbodem zeer samengestelde scheikundige verbindingen te maken, zoo als eiwit, suiker en vetten, de spijzen, die den mensch tot voedsel verstrekken. Daarbij wordt door de plant arbeidsvermogen aan de zon ontleend en in die verbindingen als het ware opgestapeld, om later in ons lichaam weer vrij te worden en ons in staat te stellen te leven en te werken.

Wij nemen in onze spijzen dus stoffen op met latent arbeidsvermogen, en deze worden door de cellen van ons lichaam ontleed; daarbij komt dat latent arbeidsvermogen vrij en levert ons in de eerste plaats de noodige warmte om onze temperatuur constant te houden. Wij zien dus, dat wij datgene, wat voor ons leven het meest noodig is uit de keuken betrekken! Voordat wij de zaak nader van dit standpunt beschouwen, moeten wij eerst nog over iets anders spreken. De temperatuur van het menschelijk lichaam namelijk is evenzeer afhankelijk van de warmte, die inwendig ontwikkeld wordt als van die, welke hij door zijn huid aan de omgeving afstaat. Om die hoeveelheid naar de omstandigheden te regelen dragen wij in de verschillende jaargetijden verschillende kleeren.

De voeding en de kleeding hebben dus beide ten doel de juiste temperatuur van ons organisme te handhaven. De kleeding moet in zekeren zin de voeding steunen; zij kan