is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1906 (3e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

150

KORTE MEDEDEELINGEN.

passagier die tegen Peer Gynt op 't ogenblik, dat 't schip gaat zinken zegt: »Mag ik, wanneer ik U tot mijn Spijt zal overleven, U direkt na uw dood ontleden? — Maar, mijnheer... — Zoudt u zo goed willen wezen even na te denken; 't is voor U zeer voordelig. Ik zal U openen en 't inwendige van uw sterfelike persoon bloot leggen. Wat ik eigenlik wil zoeken, is de zetel der dromen. En zo zal ik op U de kritiese methode toepassen.

— Wat een onaangename mensen zijn die geleerden toch, sprak Peer Gynt, bij zich zelf.

Moge de ziel van Ibsen de passagier vergeven, nu 't ongeluk wil dat deze hem overleeft.

Ibsen begon met romantiese dramas te schrijven, daarna maakte hij filosofiese, politieke en eindelik symboliese toneelstukken, terwijl hij op 't laatst stukken van allerlei genre schreef. Deze klassifikatie danken wij aan de heer Auguste Ehrard, die een biezonder mooi boek over Ibsen heeft geschreven, en mij dunkt dat deze zeer aannemelik is, ondanks het starre dat nu eenmaal aan iedere klasifikatie eigen is.

De drama's Catilina en Mededingers naar de Kroon betekenen nog niet veel, hoewel ze een groot dramaties talent verraden. Later heeft men kunnen zien dat de intieme verwikkelingen bij Ibsen geheel anders zijn dan die van de romantiek; maar dat ze veel nader staan tot het psychologiese drama van Sophocles, Corneille en Racine dan tot dat van Shakespeare, hoewel er toch ook met deze enig verband bestaat, daar in Shakespeare alle genres zijn verenigd.

In Brand, Keizer en Galilaeër, de komedie der Liejde en in Nora merken wij dat Ibsen zich zelf leert kennen.

Hij was een fllosofies en dramaties dichter. Hij beeldde karakters uit die zeer zeker waarheid bevatten, maar die toch voornamelik zijn eigen ideeën weergaven. Het waren vóór alles toneelstukken en niemand heeft nauwkeuriger en krachtiger het leven weergegeven; maar het waren tendenzstukken. De ideeën van Ibsen voeren allen tot de passie voor de persoonlike vrijheid.

De mens, en onder mens verstaat hij ook de vrouw, is voor Ibsen een wezen dat het absolute, voortdurende en onverbreekbare recht op zijn eigen persoon heeft. Hij heeft ook zijn plichten, maar dat zijn slechts plichten jegens zich zelf en die plichten moeten hem voeren tot 't bevrijden en verheffen van zijn persoonlikheid. Nooit heeft de mens genoeg gedaan om de onaantastbaarheid van zijn onafhankelikheid te verzekeren en om deze te ontdoen van alles wat deze kan veranderen of naar beneden halen.

Dat is de diepe betekenis van zijn gedichten: Brand geeft de exaltatie over een persoonlike daad weer; Keizer en Galilaeër, de mens tegenover de staat die zich van zich zelflos maakt en alles onder