is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1906 (3e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

228

DE ECONOMISCHE OORZAKEN

algemeen worden, noch zich in lengte van dagen stellen tegenover de werking der economische wetten die het loon bepalen. Het zou goed kunnen gaan, zoolang de minimum loonen aan de markt heerschten, want dan zou een werkman natuurlijk een hooger loon aannemen ; zoodra echter de economische loonstandaard zou rijzen boven de hoogere belooning, die zij genieten door de mildheid hunner werkgevers, zouden zij even natuurlijk de bestaande marktloonen eischen. Werkgevers- noch arbeidersbonden kunnen de loonen permanent doen dalen of rijzen respectievelijk onder of boven de heerschende markt.

Laat ons nu eens nagaan wat de beteekenis is van een minimum loon. Een minimum loon is zooveel, als juist voldoende is om den werkman te voorzien van het absoluut noodzakelijke; het is het onmiddellijke gevolg, wanneer de strijd van arbeidskrachten den strijd om arbeidskrachten overtreft. Zoolang deze verhouding blijft bestaan, moeten de loonen op het minimum blijven. Als de vraag naar arbeid ging stijgen en gelijk zou worden aan het aanbod van arbeid, zouden de loonen stijgen tot eene natuurlijke of gemiddelde hoogte. Zulk een gemiddeld loon is echter in het geheel niet vast; zijne stabiliteit wordt voortdurend bedreigd, doordat zich twee gevallen kunnen voordoen, namelijk: een aanwas van de arbeidende bevolking zonder een daarmee overéénkomenden aanwas van kapitaal of het stijgen van de prijzen van eetwaren; beide gevallen kunnen naast elkaar bestaan. Zoo zouden in het eerste geval de loonen dalen tot een minimum, en in het tweede geval dalen zij in verhouding tot de vermindering hunner koopkracht, wat ook een minimum zou kunnen worden. Tot de noodzakelijke levensbehoeften moeten wij nog eenige andere artikelen rekenen behalve voedsel, die door gewoonte of overeenkomst behooren bij bepaalden arbeid zooals: gereedschappen voor een handwerksman en een hoogen hoed voor een klerk.

De werkman met een minimumloon kan dus niets overleggen; niets om van te leven in geval van ziekte of slechte tijden. Er kan eene slapte komen in den handel, die hij niet kan bestrijden en waarvan de kwade gevolgen hem zijn werk ontnemen en hem overleveren aan de liefdadigheid, of