is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1906 (3e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

324

EEN BEZOEK AAN HET HOF VAN OEN TASJI-LAMA.

het fraaie klooster te Dongtse, ongeveer 20 kilometers van Gyantse op den top van een steile rots gebouwd en PinangJong, een groot dreigend fort, bijna even groot als GyantseJong, op een steile rots aan den linkeroever der rivier schilderachtig gelegen. In dit fort had onze bereden infanterie bij eene verkenning tijdens den opmarsch naar Lhassa een enormen voorraad koren gevonden, waaromtrent wij later hoorden, dat de autoriteiten te Lhassa met veel schrik vernomen hadden, dat hun graandepot ontdekt was.

Wij kwamen langs groote troepen kraanvogels en zagen tal van eenden en ganzen, terwijl een der officieren twee of drie goudpluvieren schoot.

De kraanvogels, die wij zagen, waren zoo groot als struisvogels, van eene mooie lila-grijze kleur met zwarte vlekken op vleugels en staart. Hoewel de Tibetanen nooit op hen schieten, zijn ze toch erg wantrouwend en was het onmogelijk te voet dicht bij hen te komen. Door hen op onze paardjes te vervolgen en te schieten, konden we enkele neerleggen, die ons uitstekend smaakten. Een van het gezelschap, die niet wist wat hij at, maakte de opmerking, dat hij nooit gedacht had, dat men van yaks zulk goed vleesch kon verkrijgen.

Een uur of zes van Sjigatse gingen wij een uurtje zijwaarts om het mooie en merkwaardige klooster van Sjaloe te bezoeken.

Dit klooster is een zeer oude stichting van afgescheiden Lama's. Zijn bouwtrant is geheel anders dan die van de kloosters der officieele Kerk. In plaats van de vergulde pagodedaken, waarmede de officieele tempels gedekt zijn, heeft het dak er van wezenlijk fraaie, schitterend verglaasde groene tegels, die aan het dak van de Yutok Sampa of Turkooizenbrug te Lhassa herinneren. Op de hoeken der daken zijn fijn gemodelleerde figuren van demons en draken aangebracht. De abt was afwezig, maar de huismeester ontving ons met de gewone thee met boter 1 en vette koekjes

1) In Tibet zet men thee door in den trekpot eerst een stukje karavanenthee te werpen, dan een handvol zout en ten slotte een klont, ranzige boter, die eenige maanden in een geitenvel bewaard is. Op dat mengsel giet men dan kokend water.