is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1906 (3e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

352

DE BETEEKENIS DER BACTERIËN IN DE ZEE.

vooral de salpeter vormen de en de salpetervernietigende in de stofwisseling der zee spelen. Op zijn aansporing is het gelukt die beide soorten in de Noord- en de Oostzee te vinden ; in den Atlantischen en den Indischen Oceaan gelukte het mij slechts eenige malen de salpeterontledende op te sporen, nog nooit de salpetervormende; misschien ligt de oorzaak daarvan echter meer aan het onvoldoende der methode dan aan hun afwezigheid.

Keutner en Benehe vonden ook stikstofbindende bacteriën in het water der Kieler fjorden, en deze bleken niet anders te zijn als Clostridium Pastorianum en Azotobacter der teelaarde; het gelukte hun tevens die in het water van den Indischen Oceaan aan te toonen.

Zwavelbacteriën heeft men in de zee nog niet gevonden, maar Beggiatoa gedijt zeer goed in de havens en wordt vooral in de haven van Kiel in groote massa's aangetroffen nabij de afvoerkanalen van het water uit de stad.

Hiermede is alles gezegd, wat wij omtrent de bacteriën der zee weten, en al zijn wij ook gerechtigd uit het gezegde een reeks van gevolgtrekkingen af te leiden, wij moeten toch niet vergeten, dat wij ons niet meer op het gebied der feiten maar op dat der hypothesen bewegen.

In de eerste plaats willen wij een poging doen om den toestand in de tropische zeeën te doorgronden, waar de temperatuur gunstig is voor de ontwikkeling der bacteriën, en de oorzaak op te sporen van de verdeeling der bacteriën. De rivieren voeren voortdurend levende of doode organische stof naar de zee, en daarbij sterven de zoetwaterdieren door de aanraking met het zeewater. Een deel zinkt naar den bodem, en zelfs vormen die neerslagen zich daar betrekkelijk sneller dan in zoetwater; een ander gedeelte der organische stof wordt door de bacteriën verder ontleed en omgezet in plantenvoedsel, dat zich vermengt met de zouten die reeds in het rivierwater aanwezig waren. De aanwezigheid van dit voedsel geeft aanleiding tot een rijken plantengroei en een fauna van beteekenis in de nabijheid der kusten, en de overblijfselen dezer organismen zinken weder voor een deel naar den bodem der zee en worden voor een ander gedeelte ontleed. Nabij de kusten zijn de bezonken