is toegevoegd aan je favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 30, 1893 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOOR TWEE EEUWEN OP DUIVELAND.

bathdag in de herbergh van Philip Bernard & d'andre" zal verhinderen.

Wij zouden van Sir-Jansland kunnen mededeelen, dat het aldaar met de Zondagsviering gesteld was als in andere gemeenten. Doch wij meenen het zondenregister onzer vaderen hier te kunnen sluiten. De lijst is lang genoeg, al hebben wij hier en daar slechts eene greep gedaan, al hebben wij slechts enkele staaltjes medegedeeld. Wij mogen natuurlijk bij ons oordeel geenszins vergeten, dat de kerkeraadsacten ons de schoone zijden van het leven der toenmalige Christenen niet konden doen zien. Wij mogen niet vergeten, dat naast hen, die zwaar misdeden, een groot aantal zal gestaan hebben, die hunnen naam „Gereformeerde Christenen" eere zullen hebben aangedaan. Maar toch kunnen wij, na alles, wat wij gehoord hebben, niet zoo bijzonder ingenomen zijn met het leven onzer vaderen. Het godsdienstig leven was hoogst vormelijk; het zedelijk leven liet heel wat te wenschen over bij een zeer groot aantal; het kerkelijk leven was niet, zooals wij dat misschien hadden verwacht. Ons eindoordeel zouden wij kunnen samenvatten in weinige woorden, ontleend aan eene attestatie, die de Oosterlandsche kerkeraad eenmaal afgaf aan eene vrouw, welke de gemeente wilde verlaten. Wat de broeders daarin van die eene vrouw getuigden, had van een groot deel der gemeenten kunnen gezegd worden, „dat de belijdenis des geloofs wel was gesond, dog de wandel niet stigtelijk." Waarlijk, het waren geen toestanden, met welke wij kunnen dweepen, naar welke wij kunnen verlangen. En het heden met het verleden vergelijkende, ontvangen wij moed, voort te gaan met het jagen naar het volmaakte, dat door de gereformeerden uit onze periode niet is bereikt.

Oosterland, December '92.

Dr. P. A. Klap.