is toegevoegd aan je favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 30, 1893 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GESCHIEDENIS OF LEESBEELD.

zeide, dat niets voor iemand godsdienstig gezag hebben mag, omdat eenig ander menschelyk gezag, dat zijn recht niet weet te bewijzen, dat van ons eischt. Dit beginsel houden wij als Protestanten tegenover de Roomsche Kerk staande. De verzekering, dat wij niet door eens anders geloof kunnen zalig worden en dat eens anders geweten ons niet binden mag, kan hier weder gerust achterwege blijven, want daarover loopt hier de strijd niet. Maar Haupt beweert, dat de wettigheid van elk gezag er van afhangt en dus „elk wettig gezag daaraan is te onderkennen, of het zich zelf aan den mensch inwendig aanbeveelt, zoodat hij niet anders kan dan het erkennen" (ook als hij het niet gehoorzaamt, — voegt de vertaler er bij. "Wij zouden zeggen: dan is die erkenning of dood of een zelfgericht). Hij moet het „zelf willen, omdat het hem eene onafwijsbare behoefte is" — zegt Haupt en sterker nog: „het bewijs, dat de bijbel eene oorkonde is van goddelijke openbaringen mag mij als religieuse persoonlijkheid niet van zijn gezag overtuigen" (ook niet van hetgeen bewezen wordt inhoud dier goddelijke openbaringen te zijn? Want de bedenkingen van Jobs vrienden en wat er mee gelijk staat, wil niemand als goddelijke openbaring beschouwd hebben).

Wat zullen wij tot deze dingen zeggen ? Telkens verwart Haupt het door hem gezegde met de stelling, dat icaar geloof geen betrekking heeft op iets wat vroeger gebeurd is als zoodanig (bl. 25), en dat men „toegevende dat alle feiten, die de'Schrift vermeldt, openbaringsfeiten zijn" (!?), zeggen kan: „aan Christus is alle macht gegeven," zonder voor zich iets daaraan te hebben. Men moest toch van die zijde eenmaal ophouden deze dingen, door niemand dan door eene oppervlakkige schare betwist , hierin te mengen en dezen windmolenstrijd er buiten houden. De vraag loopt hier over de bewering, dat elk