is toegevoegd aan uw favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 30, 1893 [volgno 3]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

T. REGELING V. H. BEHEER O. D. KERKEIi. GOEDEREN.

op initiatief en met medewerking van de Regeering werd afgeschaft, (lees: toen de Koning deze wet buiten werking stelde, en het Alg. Regl. van 1852 behoudens elf Beperkingen bekrachtigde) en met haar de artt. 90—92 vervielen, toen was daardoor aan de koninklijke bemoeiing met de beheerszaken de eenige wettelijke grondslag ontnomen."

Dit is geheel onjuist. Want uit Art. 90—92 Alg. Regl. 1816 blijkt, dat de Koning reeds voordat dit Regl. in de wereld was, zich niet alleen met de beheerszaken bemoeide, maar ze geheel in handen had genomen.

De rechtsgrond hiertoe lag dus volstrekt niet in het Alg. Regl. van 1816. De rechtsgrond hiertoe was dezelfde, als waarop hij het Bestuur heeft geregeld. Hij was hierin gelegen, ,.dat de Vorst Willem I zich beschouwde als den eenigen erfgenaam van al de oudtijds door algemeene en bijzondere overheden jegens en in de Kerk uitgeoefende, door de Kerk gedulde, door hen zeiven genomene rechten." ') Hij was |souverein Vorst; „de Natie, in eiken zin genomen, had alle hare macht en alle hare belangen hem toevertrouwd, en hij kon er, aan niemand der menschen verantwoordelijk, naar eigen goedvinden over beschikken." 2)

Op dezen rechtsgrond riep hij het Alg. Regl. voor het Bestuur (1816) in het leven en bekrachtigde het. Op dienzelfden rechtsgrond ontnam hij de beheersregeling aan de gemeenten, die haar rechtens bezaten, en gaf en wijzigde hij de Prov. Regll.

Over dezen rechtsgrond moge men denken, gelijk men wil. Maar feit is het, dat hij daarop handelde, en feit is het, dat de Kerk dien rechtsgrond — wat het Beheer betreft, op enkele gemeenten na — heeft geëerbiedigd, door én het Alg. Regl. voor het Bestuur én de Prov. Regll. op het Beheer aan te nemen en optevolgen. „Bestuur en

1) Vos, Gesch. der Tad. Kerk, bl. 394.

2) Ib. bl. 397.

37