is toegevoegd aan uw favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 30, 1893 [volgno 3]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GELOOFSVERZEKERDHEID.

anderer ervaring raadplegen wij zullen moeten zeggen, de debetkant van het levensboek wijst grooter montant, dan de creditzijde. Dat is eigenlijk ook maar recht gelukkig, want de bacil van het farizeïsme tiert nergens weliger, dan in een groot montant aan de creditzijde. Maar waarop willen wij dan nu onze empirie gronden. Op die kleine creditzijde? een tamelijk wankele bodem; neen laat ons recht nuchter voor onze geloofsverzekerdheid nemen de grootste bazis die wij vinden kunnen, de debetzijde van ons levensboek. Men versta mij wel. Niet het feit, dat wij een debetzijde hebben, maakt ons zeker omtrent onzen geloofstoestand, dat zij verre; maar het feit, dat wij erkennen een debetzijde te hebben geeft een steun aan ons geloofsleven. Wat is toch dat erkennen anders dan een eeuwige herhaling onder hartelijk leedwezen van die eerste belijdenis: ik ken mij zelf als een zondaar.

Het erkennen van de debetzijde is dus grond der geloofsverzekerdheid. Hoe weet gij 'wat duisternis is, tenzij dan door 't licht? Hoe kunt gij weten wat kwaad is, tenzij dan door 't goede? Hoe weet gij wat dood is tenzij dan doorJt leven? Hoe weet gij, dat er een debetzijde is, tenzij dan door de creditzijde; anders werd het immers alles ée'nzelfde donkere massa, éénzelfde blad. Dit weet ik wel, dat het bij den geloovige op het licht, op het goed, op het leven, op het credit aankomt, maar dat hij, dit alles in beginsel deelachtig is, hij ervaart het alleen bij tegenstelling, door het oordeel dat gaat telkens op nieuw, telkens onverzwakt over het donkere, het kwade, het doode, het debet van zijn leven.

Eerste grond der geloofsverzekerdheid het vertrouwen, en secundaire grond de ervaring dat wij ons zelf veroordeelen zoodra wij niet volkomen in ' Christus zijn; want dat oordeel is een belijdenis: ik behoorde in Hem, in Hem alleen is mijn leven.