is toegevoegd aan je favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 30, 1893 [volgno 3]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JOHN. G. PATON.

rondom deze eilanden is zoo aanzienlijk, dat de traan alleen jaarlijks ƒ 24000 opbrengt.

Nadat Paton in 't jaar 1862 van Tanna bad moeten vluchten, landde hij in 1866, na hertrouwd te zijn, op het eiland Aniwa. Wat hij in dien tusschentijd deed?

Hij doorreisde een groot gedeelte van Australië om overal belangstelling op te wekken voor de zending op de Nieuwe Hebriden. Wat hij op die tochten in beschaafde steden en ontoegankelijke binnenlanden heeft ondervonden was alleen reeds voldoende om een paar menschenlevens rijk aan ervaring te maken. Zijn energie werkte wonderen. Door de eenvoudige mededeeling van zijn geschiedenis op Tanna won hij het hart der christenen en collecteerde een groote som gelds, voldoende om daarvan een zeilschip te bouwen. Het waren vooral de kinderen van de christelijke huisgezinnen in Australië die daartoe medewerkten — zij konden met recht betuigen, wij hebben het zendingsschip geleverd.

En waarom dat zendingsschip? Omdat Paton en zijn broeders op de andere eilanden in die dagen meer dan te voren ondervonden hadden dat de gewone handelsschepen der zending geen goed hart toedroegen. Om de zaak van het christendom beter te kunnen dienen, en onafhankelijk van de wereld te zijn, werd besloten tot den aankoop van een eigen schip, dat ten dienste van de zendelingen en hun gezinnen en van de christelijke gemeenten waar zij arbeidden, de verschillende eilanden geregeld zou aandoen.

Het volk van Aniwa was niet zoo woest als dat op Tanna — want zeiden zij, wij eten de beenderen van de menschen die wij slachten niet op — gelijk de Tanneezen doen. Dit zegt genoeg.

Paton begon ook hier weer gelijk op Tanna met zich een huis en kerk te bouwen, en elke gelegenheid aan