is toegevoegd aan uw favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 30, 1893 [volgno 3]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SPRAAKGEBRUIK.

ging van allerlei platheden kan leiden. Indien wij b.v. een paar straatjongens tot elkander hooren zeggen: „Lane me nou gaan knikkere" en dit spraakgebruik in hunne wereld en straks algemeen inburgert, zoodat men elkaar gaat schrijven: „lane me morge zame gaan wandele," dan zal de Vrije School hier evenmin fouten kunnen zien als in de thans reeds inwoekerende onuitstaanbaar leelijke damesonderteekening als „je je liefhebbende vriendin." Want misverstand wordt hierdoor niet teweeggebracht. Wij verblijden ons, dat de Christelijke Schoolbode met ons, althans zoo lang zij kan, zal blijven protesteeren, en wij vermoeden, dat ook de Vrije School ons erg ondeugend vinden zal bij het maken van deze toepassing harer woorden.

Men zou dan ook alle recht van protest verliezen tegen de overneming van steeds meer voorkomende noodelooze Germanismen, gelijk wij menigmaal lezen van een rede, die „onderbroken" werd, zelfs van een „onderbreking" zonder nadere omschrijving. Zijn er in andere talen kortere, duidelijker, taalverwante zegswijzen, waarom zouden wij er de onze niet mede verrijken, indien ze althans niet tot misverstand kunnen leiden? Of eene „geschoolde" opleiding uit dit oogpunt zij toe te laten, waag ik niet te beslissen. Maar men zal dan ook niet vreemd moeten opzien als een volgend geslacht, door handelsbetrekkingen steeds meer aan onze oostelijke naburen verbonden, gaat schrijven, dat men „hopentlijk morgen na het vroegstuk ingenomen te hebben per ijzerbaan met den eersten tocht wijder zal varen en een vierde stond te voren op den baanhof zal zijn."

Wij verzetten ons voorts niet tegen het spraakgebruik van het dagelijksche gemeenzame leven, dat ons van een of ander hetgeen wij wachten, belooft: „gij krijgt het zoo met één" en dat den Duitschen Kellner zelfs zeggen

60*