is toegevoegd aan uw favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 30, 1893 [volgno 3]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KRONIEK.

Door de innerlijk zoo onzedelijke samenwerking der minderheden gelijk men het noemde, is het gelukt in den Raad der hoofdstad een meerderheid te verkrijgen, welke een einde zou maken aan de heerschende moeielijkheden. Men zou wel zuiniger weten huis te houden!

Terstond bood zich de gelegenheid aan, om te toonen wat men kon. De wethouder van Financiën trad af — en de heer Mr. Fabius, een van de „professoren" en sieraden der „Vrije Universiteit" werd verkozen in zijne plaats. Wie nu meent, dat deze Heer, die zich als „professor" juist niet behoeft te overwerken, gaarne de hand aan den ploeg zou slaan, bedriegt zich. Hij heeft er zich afgemaakt, met het volgende schrijven:

Edelachtbare Heer!

Volgens artikel 89 der gemeentewet (juncto artikel 62), mogen de wethouders onder meer niet hekleeden de betrekking van hoogleeraar bij instellingen van hooger onderwijs. De wet verbiedt mij derhalve de door den Raad gisteren op mij uitgebrachte benoeming tot wethouder aan te nemen, zoolang ik de betrekking, waarin ik thans werkzaam ben, bekleed.

Op dezen grond zie ik mij verplicht te verklaren, dat ik, met waardeering van het vertrouwen, door den Raad in mij gesteld, voor de benoeming tot wethouder moet bedanken.

.Met de meeste hoogachting heb ik de eer te zijn, Edelachtbare heer

Uw Dienstwillige Dienaar, (w. g.) D. P. D. Fabius.

Aan den Edelachtbaren Heer Burgemeester, Voorzitter van den Raad van Amsterdam.

Amsterdam, 6 September 1893.

JJe Gemeentewet heeft natuurlijk alleen gedacht aan die „inrichtingen van hooger Onderwijs," welke door den