is toegevoegd aan uw favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 30, 1893 [volgno 3]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BLIKKEN IN DEN BRIEF AAN DE ROMEINEN.

Van het oogenblik dat de mensch uit Gods hand voortkwam , was hij het voorwerp der goddelijke genade. Aan haar dankte hij het, dat hij zich aan het hoofd der lagere schepping bevond — haar eindpunt en kroon. Had hij zich aan Gods oorspronkelijke orde gehouden, dan was hij door het geloof in deze genade blijven staan, en had hij den Verzoeker overwonnen, gelijk de tweede Adam hèm tot op het laatst door het geloof overwonnen heeft. Maar hij wilde zich als verdienste verwerven, wat hij alleen als geschenk der goddelijke genade zich toeeigenen kon. Deze loonzuchtige geest maakte het hem onmogelijk, als kind met God te blijven omgaan. Weldra ging het hem, zooals den oudsten zoon in de gelijkenis: hij raakte aan het twisten met God; wilde zich aan zijne tucht niet onderwerpen; werd oproerig tegen Hem; en viel. Maakte nu zijne zonde een einde aan de Goddelijke genade? Geenszins! Gods genade trad eene nieuwe baan, namelijk, die der verlossing, in. Zij werd van nu aan eene overvloeiende genade, die de genade , welke met de scheppingwas begonnen, oneindig overtrof. Toen begon God, wat nooit in 's menschen hart kon zijn opgeklommen, aan den mensch te openbaren, dat waar de zonde meerder geworden is, Zijne genade des te overvloediger is geworden.

Geen tong kan uitspreken, geen pen beschrijven, wat de mensch aan deze overvloeiende genade te danken heeft. Door haar is er een nieuw licht opgegaan over het goddelijk wezen. Door haar dringen wij door tot het binnenste van het goddelijk hart. Terwijl de toorn tegen de zonde uit God opstijgt van eene diepte die ons onbekend zou zijn gebleven, had niet de zonde dien toorn opgewekt; zoo is uit eene nog diepere diepte, de barmhartigheid voortgevloeid, die den toorn Gods gansch en al verslinden kan. Gods toorn is de baanbreker Zijner barmhartigheid geworden. Door de overvloedige genade