is toegevoegd aan uw favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 30, 1893 [volgno 3]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIBLIOGRAPHISCH ALBUM.

loopt uit op de ontmaskering der tegenstanders; de gewaagde bewering wordt daaglijks gelogenstraft."

„Uit de slavernij in de vrijheid!" Zoo luidt het thema, ontleend aan Joh. 8 : 33—36. De leerrede werd gehouden op een Zondag na den geboortedag des Keizers, in den lijdenstijd, en bij gelegenheid van een eerste avondmaalsviering van nieuwe lidmaten. Laat ons hier de inleiding vertalen:

„Terugziende op den dag van gister offeren wij gemeenschappelijk dank. Een zevenentachtigjarig vorst, omringd van kinderen en kleinkinderen — onder dezen een kleinzoon, die des Heeren werk aanschouwde op den Oceaan, en zijn wonderen in den stormwind; — een koning, gedragen door de liefde en de gebeden van het oude pruissische land; een keizer, die in zijn ouderdom het jonge duitsche rijk een eerbiedwaardigen steun verstrekt, en die in den morgenzonneschijn van het jonge rijk zijn grijsheid als verjongt — hoe zou hij niet instemmen met het lied, dat gisteren op duizend plaatsen op het eenvoudige kruis van mosch, en klimopbladeren te lezen stond: Loof, loof den Heer, die zichtbaar uw stand heeft gezegend!

„En ver verheven boven alle aardsche majesteit denken wij in dezen lijdenstijd aan den Koning der Koningen, aan den man met de doornenkroon. Waardoor is hij tot den man van smarten geworden? Hij treurt over ons met de beschuldiging: Wie de zonde doet is een dienstknecht der zonde. Maar voor ons op Golgotha tot zonde Igemaakt, wil hij ons de gerechtigheid schenken die voor God geldt. Voor ons laat hij zich binden, terwijl hij beooft: indien de Zoon u vrij maakt, zijt gij waarlijk vrij.

„En nu, dat wensch ik voor u, geliefde nieuwe leden, die voor 't eerst het brood des levens uit Jezus hand ontvangt, en daarbij den dood uws Heilands verkondigen