is toegevoegd aan uw favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 24, 1887 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

136

INVOERING DER NIEUWE PSALMBERIJMING

men ter verheerlijking van God en met voordeel voor zijn hart, de verbeterde berijming zou behooren te gebruiken.

Ook dichtstukken, zoo wel in scherts als in lofuitingen ter bespotting van de huiverigheid tegen de zoogenaamde nieuwigheden in de kerk als ter aanprijzing der verbeterde rijmpsalmen, zagen het licht.

In de Nederlandsche Bibliotheek verscheen o. a. „een veldgesprek tusschen vreesaard, oudlief', dichtlief, goedsmaak en stijfhoofd, door hoorgraag bijgewoond, door zwygniet verteld, in zes afdeelingen. Meer boertend was een gedicht: „de ongelukkige morgen: „Daiheniana" en de Datheensche eerzuil, opgericht door Dathenarius, waarin de ontsteltenis wordt beschreven over het afschaffen van Dathenus, in deze woorden:

Een man altoos uitneemend groot, Eenpaar, gaernet, gantschzeer, en bloot, Die nu ter kerk wordt uitgedreven Zeer beseven,

terwijl het andere begint met een jammerklacht van Datheen, gevolgd door een komieke lofzang, gepeperd met verwijten tegen en bestraffing van de psalmverbeteraars, alles met spreekwijzen uit de Psalmen van Dathenus overgenomen.

Maar ook de leeraars wekten de gemeenten op in preeken en toespraken, van welke de leerrede van Ds. Vitringa te Arnhem wel de uitgebreidste mag genoemd worden, handelende over Ps. 149 vs. 1 den titel voerende: een redevoering over den oorsprong en voortgang van het heilig zingen, in het bijzonder van het psalmzingen, zoo onder het oude als nieuwe verbond, tot dezen tijd.

Dit alles verhinderde echter niet, dat de werkelijke invoering der nieuwe berijming op verscheiden plaatsen heftigen tegenstand ontmoette.