is toegevoegd aan uw favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 24, 1887 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

170

LEONARDO DN VINCI EN MICHEL ANGELO.

Toen deze dingen voorvielen, was onze kunstenaar al weder te Rome, en bezig in de Sixtijnsche Kapel.

De Sixtijnsche Kapel heeft haar naam van paus Sixtus IV, die de grondlegger van den kerkelijken Staat kan heeten, gelijk Julius er de bevestiger van was. In deze kapel waren reeds vroeger de redding van Israël door Mozes, en de redding der menschheid door Christus, op de zijwanden geschilderd. Nu zou Michel Angelo het plafond met fresco's versieren.

Het eerste bezwaar was natuurlijk een geschikt middel te vinden om er bij te komen. Daartoe vond Angelo een plankwerk uit, dat kon opgehangen en verschoven worden, zoodat de ruimte beneden in de kapel beschikbaar bleef voor den kerkdienst, want daarin mocht geen verstoring plaats hebben. Toen hem dit gelukt was en het plafond in verschillende vakken door hem kunstig afgedeeld was, begon hij te arbeiden. Geheel alleen, want de helpers die hem bijgesteld waren zond hij naar huis, omdat zij hem niet bevielen en geen kennis van zaken hadden. En nu heeft hij daar binnen het zeer kort tijdsbestek van 10 Mei 1508 tot 1512, die gansche menigte figuren geschilderd, die ik niet tellen kan, die allen wat te zeggen hebben en met elkander in goed verband staan — en die zamen een openbaring van christelijke kunst mogen heeten.

Dat hij somtijds droevige oogenblikken had en het werk niet vlotten wilde; dat hij in dien tijd aan zijn broeder schreef: „ik plaag me meer dan zich ooit iemand geplaagd heeft, en ik zal nog onder het groote werk dat ik ondernomen heb te gronde gaan", kunnen wij goed begrijpen. Dikwerf lag hij op zijn rug te schilderen, en die houding was hem zoo gewoon geworden dat hij, als hij te huis iets lezen wilde het boek boven zijn hoofd moest houden.