is toegevoegd aan uw favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 24, 1887 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KERKELIJKE OF KERKGENOOTSCHAPPELIJKE ZENDING?

251

waren ook niet veel bijzonders; velen van hen hadden — gelijk Ds. v. d. Vorm 22 Sept. 1694 aan de Classis van Hoorn klaagde ') — te weinig bekwaamheid om den godsdienst te onderwijzen, terwijl de europeesche schoolmeesters meestal een zeer ergerlijk leven leidden. De predikanten moesten, omdat zij te weinig in getal waren voor zulk een groot arbeidsveld — in 1667 waren er maar 21 in geheel Indië — echter veel aan zulke onderwijzers overlaten, en op hunne bezoekreizen of bij andere gelegenheden doopten zij 'dan wat zich aanbood. En ieder gedoopte Heiden, hij mocht iets weten of niets, werd dan gerekend tot de ware gereformeerde Kerk te behooren. Tot de Kerk des Heeren hoopte men, dat hij later nog eens gebracht mocht worden. „Zoo doopte zeker Predikant op het eiland Ambon binnen weinige jaren niet minder dan 30.000 Inlanders" 2). Zoo lees ik aangaande de wijze waarop omstreeks 1644 op Formosa het heidendom werd tegengegaan en het christendom ingevoerd in Mr. Grothe's belangrijk Archief voor de Geschiedenis der oude Hollandsche Zending 3) o. a. het volgende: „Eenige leeraressen, tooveressen, hoeren en booze menschen, genietende groot gewin uit hun afgodsdienst, zijn ten deele door de wapenen uitgeroeid, eenigen ook door de ziekentroosters bekeerd, hun afgoden wegwerpende. In de 6 noordelijke dorpen zijn 5900 gedoopt, allen bejaarden, die hun gebeden en vraagstukken wel verstaan en kunnen reciteeren .... In 23 zuidelijke dorpen is de godsdienst ingesteld gelijk in de noordelijke.''— Geen wonder, dat, zoodra er de hand niet langer aan gehouden werd, duizenden weer terugvielen tot het heidendom, en de

1) Zie Mr. J. A. Grothe Archief voor de Geschiedenis der Oude Hollandsche Zending. "Dl. I. blz. 106.

2) Zie Ostertag. t. a. p. blz. 16.

3) Dl. I blz. 21.

'17*