is toegevoegd aan uw favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 24, 1887 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

488

FRANCESCO SPIERA.

gedolven bevat niets merkwaardigs, wel de tweede, geschreven door den priester Zuanne. „Ik vond hem sterk fantaseerend" — zoo schrijft hij — „en menigmalen God lasterend. Toen ik hem vroeg: „dorst gij arme mensch?" antwoordde hij: „zeker ben ik een arm, zeer ellendig mensch." Toen ik hem vroeg, of hij gebiecht en gecommuniceerd had, zeide hij: „ja", hetgeen door de zijnen werd bevestigd. Meermalen riep hij uit: „o God! mijn hart, help mij." Werd hij tot geduld vermaand en dat hij zijn vertrouwen en hoop op God mocht stellen, die hem kon helpen, dan antwoordde hij, buiten zich zeiven van woede: „daar is geen mogelijkheid meer; ik heb geen hart meer; mijn hart is met zware ketenen beladen." Menigmalen zeide hij: „Heere God! ik bid U, vergeef mij mijne zonden", en dan begon hij weder dwaze en zinnelooze dingen te zeggen. Toen hem gevraagd werd, of hij het laatste oliesel wilde ontvangen, schudde hij met het hoofd ten teeken, dat hij het niet begeerde en daarom werd het hem ook niet gegeven. Toen ik ■— zoo luidt de brief verder — denzelfden morgen, waarop hij stierf, vroegtijdig heenging, om eene mis te lezen, verliet ik hem reeds geheel zonder deelneming. Anders weet ik niets mede te deelen, daar ik, eer hij tot zulk eene razernij is vervallen, geene gesprekken met hem heb gehad."

Voor zoover wij dus weten, is Francesco Spiera gestorven, zonder dat wij eenigen grond hebben, om te vermoeden, dat hij hier op aarde nog genade bij God heeft gevonden.

Zeiden wij te veel, dat zijn leven ons het vreeselijkste drama voor oogen stelt, dat wel ooit binnen de enge grensen van een menschenleven Ï3 afgespeeld? Onwillekeurig huiveren wij, waar wij aan dien arme denken.