is toegevoegd aan uw favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 24, 1887 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET ZELFSBEWUSTZIJN VAN JEZUS.

635

voorgevoel te doeu beseffen. Al wat tot den tijd der vervulling behoort, moet uit den tijd en den toestand der voorbereiding worden verklaard. ')

Als volkomen openbaring van Jehova zeiven is Jezus' persoon en leer dus geheel oudtestamentisch te verstaan. Velen beweeren dat dit oudtestamentische in Jezus slechts een vorm, een israelitisehe eigenaardigheid is, een noodzakelijke beperktheid gelijk elke volksaard dien aan zich heeft kleven — al is het dat Jezus dan geacht wordt in het diepst zijner ziel daar eigenlijk boven te staan. Maar nu is — aldus beschrijft die meening het dan verder — nu is daarna Paulus opgestaan, die de roeping had, dit israelitisehe door het algemeen-inenschelijke te vervangen. Zoo had dan de Meester slechts den tijdelijken vorm, de discipel de algemeene en blijvende beteekenis des evangelies aan het licht gebracht. Maar dit is een zelfoverschatting van het heiden-christelijk besef. Hoeverre Paulus van zulk een hoogmoed was, leert het elfde hoofdstuk van den brief aan de Romeinen, de waarschuwing aan de christenen uit de heidenen om zich toch niet, als later ingeente takken, boven de thans neergeworpen takken Van den oorspronkelijken olijfboom te verheffen. Neen, wat Paulus van het Koningrijk Grods leert, staat in rijkdom van inhoud en omvattende beteekenis integendeel achter bij hetgeen de Heer Jezus zelf ons daaromtrent heeft geleerd. Het zaad des Woords, door Jezus gestrooid, wordt door ieder der jongeren naar zijn eigen, persoonlijk en plaatselijk meer beperkte, roeping verbreid.

1) Dat het in het wezen der ware hoogheid ligt, neder te dalen, duidt het spreekwoord „noblesse ohlige" uit de verte voor menschelijke verhoudingen aan. Dat God de Drieëenige is daar Hij ziehzelve volkomen geeft eo daar in (niet ondanks dit) zich zelve volkomen handhaaft, daarover 2le de overdenking: „Wat is het Geloof?" dezer dagen door mij (Amverdam , Jacq. Dusseau , '1887) uitgegeven.