is toegevoegd aan uw favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 24, 1887 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

698

FRAGMENT UIT EEN BRIEF

is; iets, waarbij men niet moet vergeten dat hij, helaas, weinig gelegenheid heeft om in het Christendom den Christus te zien. Maar ik behoef mij daarin niet te verdiepen. Want de vraag is niet: welke het eigenlijk onderscheid is tusschen den Jood en den Christen, sedert nu Christus gekomen is, maar welk het onderscheid is tusschen den Christen en Abraham. — Maar waarom heb ik die geheele vraag opgeworpen? Omdat ik vermoed dat in hare bevredigende, niet gezochte, niet bij de haren gesleepte, beantwoording de oplossing misschien tevens zoude te vinden zijn van het eigenlijke punt van verschil met onze broeders, met welken wij het, van de éene zijde beschouwd, geheel — maar wederom, van de andere zijde beschouwd, — in 't geheel niet ééns zijn — even als een Christen, met Abraham of David of een der geloovigen van het O. T. sprekende, zich verwonderen zoude, zoo geheel met hem in de eenheid des geloofs te staan, en toch wederom zich in eene zoo geheel andere sfeer van gedachten en voorstellingen te bewegen dan de Israëliet, die beginnen zoude, bij voorbeeld, hem van alle gemeenschap met Ood en Zijn volk uit te sluiten, omdat hij het teeken des verbonds niet aan zijn lichaam zoude dragen. Indien nu die Christen er toe kwam , om zich recht rekenschap te geven, waarom er tusschen hem en den geloovigen Israëliet, bij zooveel eenheid, toch zooveel wezenlijk verschil bestaat, dan verbeeld ik mij, dat hij althans op weg zoude zijn om te ontdekken, wat de eigenlijke reden is, dat misschien op soortgelijke wijze tusschen geloovige Christenen, in den tegenwoordigen tijd, eene waarachtige eenheid des Geestes mogelijk is, die oorzaak is, dat zij zich alleen bij elkander recht te huis gevoelen, terwijl toch hunne geheele Christelijke beschouwing zoo zeer uit elkander loopt, dat zij het samen niet goed vinden kunnen en partijnamen