is toegevoegd aan uw favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 24, 1887 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ZONDE TEGEN DEN HEILIGEN GEEST.

737

tegen den Zoon. des mensehen vergeven zal worden. Vgl. ook Luk. 12: 10. Markus laat dat weg. Volgens hem sprak dat van zelf. Die zonde had hij begrepen onder alle zonden en alle lasteringen. Mattheüs verklaart de lastering van den Heiligen Geest nader door het spreken tegen den Heiligen Geest. Markus doet dat niet. Mattheüs schrijft: Het zal hem niet vergeven worden noch in deze eeuw noch in de toekomende. Markus zegt: Hij heeft in eeuwigheid geen vergeving, maar is schuldig aan eene eeuwige zonde. In hoofdzaak evenwel komen Mattheüs en Markus met elkander overeen. Volgens hen bestaat de zonde tegen den Heiligen Geest, die de tegenstanders van Jezus begingen, hierin, dat zij zeiden: Hij heeft eenen onreinen geest. Wat de Heiland door de kracht van den Heiligen Geest deed, schreven zij aan den geest des Boozen toe. Zij deden dit moedwillig, met kwaad opzet. Indien zij hun verstand gebruikten, moesten zij toch de onmogelijkheid erkennen, dat Jezus door den overste der duivelen de duivelen uit wierp. Alzoo lasterden zij den Heiligen Geest, deden Hem smaadheid aan; zij spraken Hem tegen. Men gevoelt duidelijk, dat de tegenstanders van den Heiland niet eenvoudig den Heiligen Geest bedroefden, zooals ieder doet, die zondigt, maar dat hunne zonde een veel ernstiger karakter droeg.

Dit is de eenige maal, dat Jezus volgens de evangeliën over deze bepaalde zonde gesproken heeft. Met dit ééne bericht moeten wij derhalve te rade gaan , als wij willen weten, wat de Heiland met de zonde tegen den Heiligen Geest bedoeld kan hebben. Mij dunkt, zonneklaar blijkt, dat deze zonde, die van alle andere zonden, zelfs van de zonde tegen den Zoon des menschen onderscheiden moet worden, uit zulk eene boosheid en verhardheid des harten voortkomt, dat hij, die haar begaat, niet meer