is toegevoegd aan uw favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 24, 1887 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

906

DE ORDE DER JEZUÏTEN.

ziet zij toe, dat geene nieuwe gedachten den geest verruimen. Zij haat het begrip eener voortgaande theolologische wetenschap. Zij kan niet anders wegens haar geloof aan de volmaaktheid der kerk en de onfeilbaarheid van den Paus. Er is geen ander licht, dan dat God door den onfeilbaren Paus aan de geloovige kerk mededeelt!

Loyola had in de verste verte geen begrip van eene godgeleerde wetenschap. De leerstukken waren voor hem mysteriën, die blindelings moeten worden geloofd. Hij meende het voorregt te hebben gehad ze in ekstatischen toestand, door onmiddellijke aanschouwing, te mogen inzien. Zoo zag hij de Drieëenheid in de gestalte van drie in harmonie verbondene klavier-toetsen; boven de hostie het goddelijke licht, en daarin den Godmensch; in een onbestemd wit voorwerp, dat stralen uitschoot, het geheim der schepping; de menschheid van Christus als een wit ligchaam zonder leden (de hostie); de jonkvrouw als eene groote gulden schijf (de zon); den duivel in de gedaante eener slang van wonderbare schoonheid.

De godsdienstige waarheden waren voor Loyola voorwerpen der zinnelijke verbeelding, maar niet van het redelijk nadenken. Hij vreesde het verstand. Hij sloot zich in zijne dagen aan bij de partij die niets nieuws wilde toelaten bij de overgeleverde begrippen. Terwijl hij in Parijs studeerde hield hij zich aan de theologie der Sorbonne, die toen in hevigen strijd was gewikkeld met de mannen der wetenschap, bij wie, in dienzelfden tijd, Calvijn als student in de oude letteren zich aansloot. Hij beval den Jezuïten, die de Trentsche Kerkvergadering bijwoonden, zich getrouw aan de traditie te houden. Dat men op die vergadering niets wilde toegeven aan de Protestantsche leer der regtvaardigmaking en alzoo het Pelagianisme huldigde, was voornamelijk te wijten aan