is toegevoegd aan uw favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 24, 1887 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1144

DUITSCHE KORRJiSPONDKHTIE.

kundige wetten van '29 April gezaaid heeft. De heropening van de kloosters en inrichtingen van de geestelijke orden is reeds in vollen gang, en telkens hooren wij van nieuwe heropeningen. Zulks wordt door de ultramontaansche bladen met welgevallen vermeld. Heeft vorst Bismarck echter op een woord van dank van die zijde gerekend, dan heeft hij zich vergist. Integendeel; ook hier blijkt het: hoe meer Rome verkrijgt, hoe meer het hebben wil. 't Wordt dan ook onbewimpeld uitgesproken: wij verlangen alles terug, wat wij gehad hebben. Ook de Jezuïeten moeten terug! En de arme evangelische kerk ? Zij wacht er nog vergeefs op, dat vorst Bismarck haar een der vrijheden geeft, waarom zij gevraagd heeft.

Zij moet zich zelve helpen. Welnu, dat heeft zijn goede zijde. De paus moge meenen, dat hij zonder wereldlijke macht zijn ambt niet naar eisch vervullen kan — wy verlangen geen „vleesch tot onzen arm.'' Wij willen het woord niet vergeten: „De wapenen van onzen krijg zijn niet vleeselijk, maar geestelijk." Onze dierbare Kerk heeft, zwaarder strijd doorstaan, en zal ook dezen te boven komen, waarin zij gewikkeld wordt door de toelating van de roomsche Orden, die het maken van proselieten zich tot hoofdtaak stellen. Wij rusten ons toe tot dezen kamp, en zulk licht spel, als zij in het protestantsche Pruissen hadden, eer zij uit het land verdreven werden, zullen zij er nu niet weêr hebben. Ook zullen niet alleen op zich zelf staande gemeenten en kleinere kerkelijke besturen zich tegen haar verzetten; maar er hebben rich reeds grooter kringen gevormd tot een moedig optreden tegen elke poging tot zielenroof. Wij zijn 't niet vergeten, hoe een ultramontaansch professor, met name JBuss, eens op een talrijke roomsche vergadering zeide: „Onze Kerk rust niet. Met den moker der Kerk zullen wij de burcht van het protestantisme (Pruissen)