is toegevoegd aan uw favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 24, 1887 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE OUDE HOLLANDSCHE ZENDING.

1243

hare Synoden opening zouden doen van den staat der kerken in O. en W. Indien, en dat het summier daarvan zou worden gebracht in de Acta en alzoo gebracht tot kennis van de Synoden dezer landen. Hiermede namen de Synoden genoegen (die van Utrecht eerst in 1650), en zoo bleef het tot in 1815. De Classis van Walcheren bleef, gelijk de Zeeuwsche Kerk in alles zeer zelfstandig was, op zich zelve handelen. De Heeren Majores der Zeeuwsche Kamer onderscheidden zich ook door bijzonderen ijver in de behartiging van de geestelijke belangen der O. Indische gewesten. Reeds in het eerste jaar na de oprichting der Compagnie, in 1603, werd door hen aan de Classis van Walcheren verzocht om „voor Predikanten op de schepen en in de landen van het Oosten te zorgen." Deze Vergadering was dan ook met de doleantie der andere provinciën weinig ingenomen. Zij was te vreden met de Bewindhebbers te Middelburg en met haren eigen invloed, vooral ook bij de Kerk te Batavia '). Op welk een vasten en zelfstandigen voet de O. Indische kerkzaken in die Classis geregeld waren, kan men zien in de Wetten der Glassicacde Vergaderinge van Walcheren, in 1780 het laatst uitgegeven met eene voorrede van de Middelburgsche Predikanten A. 's Gravezande en J. W. te Water. De vruchten daarvan bleven niet uit. Immers in 1649 getuigde Ds. Abraham Rogerius, toen pas uit O. Indiën teruggekeerd, „dat de Classis van Walcheren juister kennis had van al de Indische kerkzaken dan de Classis van Amsterdam, omdat zij niet alleen met Batavia, maar ook met andere kerken daar te lande correspondeerde." (Arch. I, bl. 31).

1) De Kerkeraad te Batavia „remonstreerde in 't breede den staat van alle de kerken van India, onder de regeering dev O. 1. Compagnie staande, aan de Bewinthebberen tot Middelburgh, naar behoorlijke plicht." Corresp. in M. S.