is toegevoegd aan uw favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 31, 1894 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIBLIOGRAPHISOH ALBUM.

plaatsen, en voor kinderen „ongenietbare" dogmatiek ontlokt, — en dat wordt ons nu als „feestliederen" voor de lieve jeugd voorgezet.

Ik heb de bewijsplaatsen voor het geen ik daar zeide slechts voor 't grijpen, en zal dan ook eenige „grepen" doen. Op bl. 5 lees ik:

Begeert gij vreugde?

Zijn juk is zacht. Ontbreekt u wijsheid?

Hij geeft u kracht. Wat u ontbreekt

Zoo gij slechts smeekt En tot Hem vliedt

Geeft Hij om niet. Laat dan dien Heiland

Niet langer staan, Maar volg zijn roepstem

En hang Hem aan.

't Is wel onnoodig te wijzen op die zonderlinge tegenstelling tusschen vreugde en het zachte juh des Heeren; tusschen wijsheid en kracht. De laatste drie regels staan tot elkander in geen het minste verband. Men moet den Heiland niet langer laten staan, de bedoeling is buiten staan; wat moeten wij dan doen? Hem binnen laten? Neen, zijn roepstem volgen. Dus Hij moet niet komen tot ons, maar wij moeten zijn roepstem volgen, en dan moeten wij Hem aanhangen.

Op 't gebied der poëzie zijn dit, wat de bijbel zou noemen „waterlooze wolken."

Bl. 10 lezen wij: „'t Was voor ons, dat Hij wou dalen van zijn hemeltroon, Onze schuld kwam Hij betalen; Hij Gods eigen Zoon." Zoo iets kan men op Goeden Vrijdag zingen, maar niet op Kerstfeest.