is toegevoegd aan uw favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 31, 1894 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NICOLAAS LENAU.

October 1832 zette Lenau den voet te Baltimore aan wal. „De zee" — zóó schreef lig van daar — „heb ik leeren kennen en ik ben daardoor heel wat rijker geworden. Door den aanhoudenden aanblik van het verhevene is in mij zekere ernst gewekt. Dit zijn de twee hoofdmomenten der natuur, die mij gevormd hebben, de Atlantische oceaan en de Oostenrijk'sche Alpen." Hij gaf echter duidelijk genoeg te kennen, dat hem de reis niet te best was bevallen. Met een hollandsch vaartuig wilde hij ten minste nooit weêr in zee gaan. Hij had ook eens storm op zee beleefd, in den nacht. Hij schreef, dat hij daarbij zeer kalm was gebleven. Het kan wel zijn. Intusschen, dit was geschied. Het was geweest, alsof men eenen zwarten muur zag, loodrecht op het water. „Dat geeft zwaren storm," bad de kapitein gezegd. Lenau, die gehoord had, dat het vaartuig niet te vertrouwen was, ging naar zijn hut en kwam eenige minuten daarna terug in zonderling kostuum. „Kapitein! ik heb maar vast mijn doodkleed aangetrokken" — zóó sprak onze dichter. Terwijl hij dit zelf verhaalt, voegt hij er bij: „het is een naar gevoel, als men 's avonds zich in zijne hangmat neêrlegt en niet weet, of niet het schip in den nacht uit elkaar zal slaan en men in de golven wakker wordt, juist lang genoeg, om den doodsangst nog eens goed te ondervinden. Maar ook daaraan ben ik gewoon geworden."

Eeeds de eerste indruk, dien hij van de Nieuwe wereld kreeg, was ver van gunstig. „Ik kreeg hier" — zoo schrijft hij — cider te drinken, dat (Engelsche) woord rijmt op het Duitsche leider. De Amerikaan heeft geen wijn en geen nachtegaal. Hij moge bij zijn glas cider naar zijne lijsters luisteren, met zijne dollars in den zak, ik bevind mij liever bij de Duitschers om bij een glas wijn naar den nachtegaal te hooren, al is de zak wat platter. De Amerikanen zijn voor alle geestesleven dood. De nachtegaal heeft wel gelijk,