is toegevoegd aan uw favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 31, 1894 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NICOLAAS LENAU.

en spook-geschiedenissen. In zijne jongelingsjaren wilde hij huzaar worden, maar geen „rijdende," doch een „strijdende" huzaar. Toen ter tijd stelde hij de „vreugde" van een slagveld boven alle vroolijkheid, gelijk hij ook eenen brand liefst niet zag blusschen. Dat hij niet altijd maat hield, kan ons niet verwonderen. Op zijne viool speelde hij soms acht uur op één dag met de geweldigste inspanning. Hij reisde wel eens met 25 stuks bagaadje. Toen hij eens met zijnen vriend Alexander op reis was, wilde hij hem van krankheid genezen door al, wat hij noodig had, voor uit- en inwendig gebruik, zoo heet mogelijk te maken, — „want" — zeide hij „hoe warmer, hoe beter." Misschien stond het met deze heftigheid van zijnen aard in verband, dat hij zich nooit door den hellner — en hij was wel in de gelegenheid hen zich alzoo tot vriend te maken — klein geld terug liet geven. Ook wil ik het op rekening van dezen karaktertrek stellen, dat hij de wetten der galanterie soms schond. Ten maaltijd genoodigd bij de dichteres Karoline Pichler voer hij hevig uit tegen de dames, die aan letterkundigen arbeid zich wijden en toen eene vriendin der kunst te lschl, sinds lang begeerig onzen dichter de eer van hare salons te zien verhoogen, hem bij eene toevallige ontmoeting bij zich noodigde, bedankte hij kort af en dacht er bij: „zijt gij in negligé, ik ook." Vooral ook op het punt van rooken was hij alles behalve binnen de grenzen van maat en fatsoen. Hij moest altijd — zeide hij — een cigaar in den mond hebben gelijk een plan in het hoofd. Hij kon geen regel schrijven zonder de pijp in den mond. „Het rooken concentreert de gedachten" placht hij te zeggen. Hij rekende het daarom onder de „See/ewfunctionen." Aan zijne vriendin te Weenen schreef hij, dat hij hare kamer zoude komen „einrauchern" en niet zoude weggaan, alvorens hij twaalf of