is toegevoegd aan je favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 31, 1894 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ÏTICOtAAS UJTAÜ.

De ander sprak: mij is 't om 't even, Of 't schimmenrijk is dood of leven!

Is 't waar, dat men het licht daar ziet,

Men mist er ook den donder niet, Die wat door 't licht zoo lieflijk werd gekweekt In feilen toorn meêdoogenloos verbreekt.

Want gelooven kan ik nimmermeer

Dat zich het gansche jammerheir, Dat de natuur in 't aanzijn riep Slechts hier op aard' een woonstee schiep,

Dat het niet met ons overga,

Van hier naar ginds, ons achterna, 'tHeeft toch in onze borst, vol wonden, Zoo trouwe herberg steeds gevonden.

Zoo lang dit hart hier binnen sloeg

Leed ik genoeg, meer dan genoeg, Om bij den wensch mij te bepalen, Dat ik voor goed in 't niet moog dalen!

En slaap ik eens in 't graf zóó diep,

Nog dieper, dan 'k als kind eens sliep, 'k Hoop, dat de dood mijn wachter is, En 't graf verzekert wèl en wis,

En aldus mij een engel zij,

Die 't paradijs bewaakt voor mij. Doch moet het anders met mij gaan, Zoekt 't leven zich een nieuwe baan,

'k Zal dan gelat dn, zonder klagen, Ook mijn eeuwigheid verdragen.

Madame de Oasparin zegt ergens: ce qu'il y a de plus triste sous le ciel, c'est une ame incapable de tristesse." Zoude het nog niet droeviger zijn, wat ons de droeve ziel van zulk eenen zanger te aanschouwen geeft ? En wat dunkt u? Een der helden van Jong-Duitschland merkte eens op: „toen Pythagoras zijn theorema ontdekt had, offerde hij den goden eene hekatombe van honderd