is toegevoegd aan uw favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 31, 1894 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VRAGEN OVER BIJBELCRITIEK.

„als eene dienende wetenschap en geene heerscheres" en „den Bijbel van zich zelf laten getuigen en daarom alle meeningen van latere verzamelaars, afschrijvers en geleerden te verwijderen, die van ons eischen, dat wij de Schrift zullen lezen door hun kijkglas."

Gij zelf, Amice! zegt ook de kritiek niet te willen op zijde zetten of conservatief te zijn quand-même, maar zijt toch bevreesd voor eene verzwakking van het geheel der Schrift en voor een uiteenrafelen der Bijbelboeken, zoodat er ten slotte weinig of niets van overblijft als vertrouwbaar document. Na hetgeen wij als student te zamen hoorden van de luchtsprongen eener „bandelooswillekeurige" kritiek, is dat niet te verwonderen.

Toch moet gij niet al te zeer bevreesd zijn voor Prof. W.'s uitkomsten, wat de hoofdzaak betreft.

In zijne Letterkunde des O. V. is hij gebleven bij een literarisch historisch onderzoek der Bijbelboeken naar de tijdsorde van hun ontstaan. Slechts een paar malen, bij Daniël en Esther, is de geloofwaardigheid van den inhoud ter sprake gebracht om hunnen tijd te bepalen. En juist daarin is, naar mijne bescheiden meening, de hoogleeraar niet bijzonder gelukkig geweest in zijne resultaten. Hier zoude ik met u vragen: „Is de schrijver niet bevangen geweest in zijn oordeel en dupe geworden van het zoogenaamd wetenschappelijke ?"

De geheele gang van W.'s onderzoek is zoo objectief mógelijk. Geene vrees voor het bovennatuurlijke, voor eene erkenning eener Goddelijke openbaring belemmert zijnen kritischen arbeid. Hij mag aan het einde van zijn voorbericht de bede plaatsen: „Moge zoo^ ook door dezen arbeid, de kennis der Schriften des O. V. bevorderd worden, van die Schriften, die, ook historischkritisch gelezen, heenwijzen naar Hem, die de diepste verwachtingen en beloften des Ouden Verbonds vervuld