is toegevoegd aan uw favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 32, 1895 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE JOOD IN DE LITERATUUR.

van godsdienst nooit geschil tusschen hen te weeg zal brengen. Zij zullen er nooit over spreken en ook hun kinderen zullen opwassen zonder doop of besnijdenis. De dagen der beproeving blijven echter niet uit. De tante komt het paar opzoeken en noodigt hen tot een sabbathsmaaltijd. Vreemd is het, dat de arts zijn vrouw niet een weinig heeft ingelicht aangaande de Joodsche gebruiken, zoodat deze noodeloos aanstoot geeft aan de tante. Deze laat nochtans aan haar neef verluiden , dat zij hem tot haar erfgenaam maken zal, indien het te verwachten kind niet gedoopt wordt. Hij verzekert dan ook, dat dit niet zal geschieden, waarin hij versterkt wordt door het verhaal van zijn vriend, die advokaat is geworden, aangaande den gedoopten zoon van een Jood, die ook een Christenvrouw had gehad, en die zijn vader dwingen wilde het moeders versterf uit te keeren, en die daarbij de woorden had gebruikt: Ik zal dien ouden Jood wel dwingen, over de brug te komen! Dat de gedoopte zoon zich alzoo over zijn vader zou uitlaten, dat zal bij hem niet gebeuren, nooit! neen — nooit!

De moeder der vrouw kon 't niet over zich verkrijgen haar dochter aan haar lot over te laten en uit de kerk komende, bezocht zij haar eens. 't Was een oorzaak van hartelijke blijdschap voor 't jonge vrouwtje, dat zich dikwijls zoo eenzaam gevoelt en zich zoo zenuwachtig maakt. Moeder laat, met opzet of niet, haar kerkboek liggen, en de dokter vindt t'huis komende zijn vrouw bezig met daarin te lezen.

De zenuwachtigheid neemt toe naarmate het kritieke tijdstip nadert en wordt zelfs hoogst zorgelijk. Er is één wensch, die haar geheel overheerscht, het is deze, haar moeder bij zich te hebben. Maar haar vader wil daartoe geen toestemming geven tenzij de belofte wordt afgelegd, dat het kind zal gedoopt worden. Eindelijk geeft de