is toegevoegd aan uw favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 32, 1895 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KRONIEK.

Welnu, wat zegt deze „getrouwe" uitlegger ook van Art. 36 der Ned. Geloofsbelijdenis (zie Dl. II, p. 428 en 29? Wij willen het hier overnemen:

Vraag. "Wat dunkt u van deze regeeringsforme ?

Antw. Wij oordeelen, met den Kerk-hervormer Calvin, dat het voor een burger, buiten bestuur van den openbaron magt, eene ij dele bezigheid is, te betwisten welke in de waereld de beste staat van regeeringe is. En dat het niet dan voor eene groote verwaantheid kan gehouden worden, een beslissend oordeel te willen vellen, dewijl het oordeel verkeeren moet over zekere omstandigheden en gevallen, die swaar zijn te onderscheiden.

Ondertusschen kunnen wij, dat bij anderen wordt aangemerkt, hier in voegen. De Monarchie , of eenhoofdige regeeringe, zeggen zij, komt best met Godsbestuur overeen, doch daar ze stand grijpt kan dezelve gemakkelijk veranderen in tieranny. Men heeft dit gezien in Eehabeam, Saul en andere godloze Koningen Israëls. Dus zijn ook bij de Komeinen Tiberius, Caligula, Nero en Domitiaan, monsters der natie, en verdervers des volks geweest. De Aristocratie, of meerhoofdige, heeft ook haar swarigheid: want zij verandert zig ligtelijk in oen onafhankelijk gebied, dat zig weinige aanmatigen, ja zelf wel in een' eenhoofdige regeering. Dus zag men te Eomen, daar Augustus, Antonius en Lepidus, al het gezag zig alleen aanmatigden, en onder welken forme van regeeringe het Komeinsch Gemeenebest als van een gerukt en gescheurt wierde, en uit welken .de eerste, daarna, de Alleen-heerschinge bekwam. De Democratie of veelhoofdige, worstelt doorgaans met zo veele ongeregeltheden, dat er misschien nooit een goed geweest is. Ook heeft ze dat ongemak dat ze ligtelijk vervalt tot een meerhoofdige, of tot een geheele verwarringe, waar in de minste gebieden wil, en dat gewoonlijk eindigt met beroerte, oploop en plunderinge van do voornaamsten; gelijk dit te Napels en elders gebleeken is. Doch van de getemperden oordeelt men, dat de ervarentheid