is toegevoegd aan je favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 32, 1895 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IN HET LICHT DER INWENDIGE ZENDING.

aufgang." Het stuk „die Weber" schildert toestanden in Silezië in de jaren 1840—50. Een plattelandsbevolking, die van het weven leeft, ontvangt van rijke kooplieden te veel om te sterven, te weinig om te leven; naar geest en lichaam ellendig, lijdt zij armoede en honger. De koopman, van wien zij afhangt, is een farizeër van 't gewone slag, maar ook de andere vertegenwoordigers van den gegoeden stand, de geestelijke, de kastelein, de handelsreiziger staan in onbarmhartige gemeenheid tegenover de wevers. Een andersdenkende huisonderwijzer treedt slechts even op, om terstond terzijde gesteld te worden. Daar brengt een uit den krijgsdienst met tien daalders op zak ontslagen en naar huis teruggekeerd jongman zóó veel besef van kracht meê, dat hij in de ellendige bevolking het vuur van toorn en wraak weet te ontsteken; de wevers spannen samen, vernielen de huizen van hun bloedzuigers, en jagen hen zelfs op de vlucht. Slechts een oude man, die aan Gods geboden en aan een toekomende vergelding gelooft, doet niet meê, en zoekt de zijnen terug te houden — en juist hem treft in een gevecht van de oproermakers met de gewapende macht een niet op hem gerichte kogel, en daarmeê eindigt het stuk. Wat wil het ons zeggen? Dat er op aarde namelooze ellende is, of dat er geen God is in den hemel, die de getrouwen behoedt? Of dat de proletariërs gelijk hebben, wanneer zij tegen de bezittende klasse op die wijze opstaan, maar dat zij, bij hun achterlijkheid in geestelijk opzicht hun toestand wel verergeren, maar niet verbeteren kunnen? Misschien zou de dichter ons antwoorden, dat hij noch het een, noch het ander, dat hij volstrekt niets heeft willen leeren, maar slechts een stuk werkelijkheid getrouw heeft willen voorstellen. En dit getuigenis moeten wij hem geven: hij heeft een stuk van de slechtste werkelijkheid

46*