is toegevoegd aan uw favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 32, 1895 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KRONIEK.

was." Alzoo „bleef mij" zoo schrijft hij, „geen andere uitweg open, dan om, waar de club zich steeds verder van mij vervreemde, en gestadiger critiek mijnerzijds uitlokte, toch de actie die op het lager onderwijs uitging niet te storen." „Dat ik hierin vaak te ver ging en in mijn pleidooi zelfs den schijn op mij laadde, alsof ik K. in zijn generale geschil met L. ongelijk gaf, wil ik van achteren niet ontveinzen. Voor zoover ik hierin mis ging strekke het feit, dat ik toen nimmer vermoedde noch vermoeden kon, wat later pijnlijke ervaring tot zekerheid verhief, zooal niet tot verontschuldiging, dan toch tot verschooning." Dit laatsfe is inderdaad allermerkwaardigst.

Gedurende elf jaren lang heeft Dr. Kuyper „onzen Lohman'' \ verheerlijkt. Ondanks de krasse vermaningen van Mr. Keuchenius, hoewel hij het ten deele met dezen eens was. Gedurende al dien tijd heeft Lohman zich niet ontzien, alles zoo openbaar mogelijk te behandelen, en wij herinnerden er onlangs nog aan, zelfs toen reeds het recht van kritiek tegenover de Standaard en Br. Kuyper zoo beslist mogelijk te handhaven.

Tot dusver is geen enkel bewijs geleverd, dat „onze Lohman" van toen anders was dan de Heer Lohman van thans.

Alleen één ding is thans gebleken: dat deze „conservatief," ook al wordt hij uit den dienst W3ggejaagd, noch zijd gevoelens verzwijgen wil, noch buigen wil voor een leider, die zijn wil, zonder discussie toe te laten , oplegt aan gansch de partij.

Had Dr. Kuyper dit vooruitgezien, wat nu voor hem „pijnlijke ervaring" geworden is, dan ware zijn gedragslijn destijds aan zijne houding van thans gelijk geweest, en had hij weldoen uitkomen, dat die lofuitingen reeds toen niet gemeend waren, en dat alleen fante de mieux Lohman verheerlijkt werd.

Of iemand is goed antirevolutionair, vertrouwbaar, echt calvinisttsch, een man der ganche , enz., — dat alles hangt alleen af van de vraag, of hij, ten slotte, als het moet, al dan niet met Dr. Kuyper blindelings door dik en dun zal gaan. Zoolang men dat verwachten mag, dient hij uitbundig geprezen, zoodra het tegendeel blijkt op allerlei wijze verguisd te worden.

51*