is toegevoegd aan uw favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 32, 1895 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DRIEËRLEI GROOTHEID.

gebied der moraal voortwoekerende rationalisme, dat allen gloed der liefde en daarmeê alle ware moraal opheft. Pascal daarentegen heeft de hoogste openbaring van den wil, het liefhebben, alzoo verheerlijkt en door zijn invloed op de harten zijner landgenooten haar zoozeer doen werken, dat hij met Jansenius, St. Cyran en anderen den geest van Cartesius heeft tegengehouden. Behalve Molière en la Fontaine waren de meeste groote geesten in Frankrijk in de zeventiende eeuw aan het Jansenisme onderworpen, totdat het Cartesianisme zich van den aanvang der 18de ongebreideld verhief en Pascal de vijand werd, tegen welken Voltaire, als door instinkt geleid, voor hij nog openbaar vijand van den godsdienst was, zich verheffen moest en allerkrachtigst zich werkelijk verhief.

Vraagt iemand dus, of de eer onzer Gedachte niet veeleer aan Descartes dan aan Pascal toekomt, dan mag het antwoord luiden: gelijk de eer van Bafaëls Madonna's aan Pietro Perugino zijn leermeester. Geesten als Rafaël en Pascal ontvangen ook, maar wat zij ontvangen komt tot onherkenbaar wordens toe verheerlijkt weder uit hen te voorschijn. Al is er bij Cartesius wat misschien aanleiding gaf tot, er is bij hem niets te vergelijken met dit eenige: „de oneindige afstand tusschen de lichamen en de geesten beeldt den oneindig oneindiger afstand af tusschen de geesten en de liefde, want zij is bovennatuurlijk." (43)

„Nonsens!" grijnst .Voltaire; en, gelijk wij vernamen , achten Condorcet en Voltaire onze Gedachte eene plaats in hunne uitgave onwaardig. Waarom? In zijne „Remarques" geeft Voltaire geene reden; evenmin verantwoorden zij zich in de voorrede. In gene heet het: „Pascal zou dien onzin niet meer gebruikt hebben," in deze: „Wie belang stelt in Pascals nagedachtenis zal de weg-