is toegevoegd aan uw favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 32, 1895 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KRONIEK.

de verzekering ontvangen, dat zij in elk geval, in den regel, veel te druk zich maakten met kandelaars en kerkelijke gewaden, en wat niet al van dien aard en deze dingen besprekend met een warmte , voldoende om ze ervan te overtuigen, dat de Heer in den hemel grootelijks belang stelt in het gebruik van één sieraad meer of minder bij zijn vereering, — om veel kwaad te doen. Maar over 't algemeen was de houding der burgers tegenover de geestelijkheid vriendelijk en weinig eischend, werden zij door niemand bijzonder gevierd — niemand legde hun ook veel in den weg, zoodat, gelijk ieder, die een andere betrekking bekleedde, zij de vrijheid genoten van hun levenswijs in te richten naar hun eigen smaak. Het volk beschouwde hen, zonder eerbied, eenvoudig als een deel van de bevolking; hun diensten werden aanvaard als een noodzakelijkheid in den gewonen loop der dingen, even als dat het geval is met een boterham, en zij deden ongetwijfeld hier en daar ook wel wat goeds, ofschoon het eene tamelijk wel vergeten was, voordat men het andere goed had verteerd. Maakten de ingezetenen somtijds gewag van hun onderricht, het was alleen om te herhalen wat ze zeiden van de predikanten zelve, „dat het geen kwaad deed". Dat was een geestigheid, die hen nooit scheen te vervelen; maar somtijds voegden zij er een ander artikel van hun geloof aan toe. „De Heer is goedertieren", zeiden zij dan, „en als Hij vervelende predikanten zendt, zendt Hij goedgunstig ook den slaap, om zijn terneêr geslagon volk te troosten". Zoo predikten dan de predikanten en hun gemeente sluimerde rustig voort, en iedereen was tevreden."

Daar spreekt uit deze regelen geen geest van waardeering van hetgeen predikanten in het algemeen zijn en verrichten. Zou voor deze gezindheid geen oorzaak bestaan?