is toegevoegd aan uw favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 33, 1896 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LOUIS COUPERUS.

„Kleine Raadsels!"

„Kleine Raadsels" behandelen dat, wat wij allen wel eens ondervonden hebben, wonderlijke coïncidenties van gevoelens, van vóór- en na-gevoelens en gebeurde of te gebeuren voorvallen.

I. Jules, het zoontje van Attema, —wij kennen hem reeds, — logeert met Quaerts in Blankenberghe en de jongen verbeeldt zich overal in de kamer van zijn hótel te denken aan „melk en aan die zachte papjes, die kleine kinderen eten en aan dat luchtje van kinderen, die gewasschen zijn en gepoeierd worden met een groote kwast," en, — later blijkt, dat op diezelfde kamer gelogeerd heeft een advocaat uit Brussel met een vrouw en vijf kleine kinderen.

II. Quaerts brengt een bezoek aan de van Attema's, terwijl ze logeeren in Wiesbaden. Hij hoort daar van Amélie, tegen wie hij natuurlijk alweer te vertrouwelijk is, dat zij op haar slaapkamer altijd gedrukt wordt door een nare gewaarwording, iets als een nachtmerrie, en, — later blijkt dat zich op die kamer iemand heeft van kant gemaakt.

III. Quaerts had een jaar geleden zijn maitresse Mevrouw Heijdrecht, — zeker dezelfde, die wij uit „Extaze" kennen, — door den dood verloren en, wonderlijk een jaar later werd hij op reis telkens vervolgd door haar gelijkenis. In een station bij de douane van Herbestal, loopt hij door de visitatie-zaal en waarlijk, daar staat iemand, sprekend Mevrouw Heijdrecht. De gelijkenis was zóó treffend, dat hij haar brutaal, — dit zijn we van Quaerts gewend, — bleef aanzien.

IV. Voorts vinden we onder de „Kleine Raadsels" twee aardige beschrijvingen : eene van het ontwaken uit den droom, als de schijnwereld van het gedroomde nog niet wijken wil voor de echte róaliteit en een andere van

r