is toegevoegd aan uw favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 33, 1896 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LOUIS COUPERUS.

der overstroomingen; zooals hij staat, omringd van zijn gevolg, na het doorbreken van den Therezia-dijk op het plein van den Dom te Altara, waar „het standbeeld van Othomar de Derde, zijn bronzen arm en zwaard zwaaide over een meer van steeds aanzwellend water;" zooals hij in zijn slaapkamer op het kasteel Vaza, droomend staart op de gobelins, geborduurd met de gestalten zijner roemzuchtige voorvaderen.

Vorstelijk is de kleine Berengar, zijn jongere broeder, in zijn trots en zijn eerzucht, in zijn zelfgevoel en zijn hartstocht. De schoonste beschrijvingen gelden dit jonske.

Vorstelijk is het tooneeltje, dat waard is geciteerd te worden, waarin Berengar zijn drift lucht tegen een schildwacht, die niet telkens het geweer heeft gepresenteerd, als hij met zijn graafjes, krijgertje spelende, den man gepasseerd was: („Gids, Nov. 1893." pag. 202.)

— Maar wat gebeurt er toch? Is dat een leven maken! Laat Zijne Hoogheid dadelijk hier komen! Berengar! Berengar!

Zijne Hoogheid, Berengar, geroepen, kwam aan. Hij ging tusschen de kleine hertogjes en graafjes door, en zag naar het venster op, waaruit zijne moeder zich boog. Hij was een klein, flink gebouwd, pittig ventje; zijn gezicht was rood van verontwaardiging, met twee kleine woedende oogjes er in, als zwarte vonkjes.

— Berengar, kom hier! riep de keizerin. Wat is er toch? Waarom kan je niet spelen, zonder te vechten ?

— Ik vecht niet, mama, maar .... maar, ik zal het aan papa zeggen .... en, en dan zullen we wel eens zien! . . . . Dan zullen. . . .

Berengar, kom dadelijk door het paleis hier binnen, dadelijk! beval de keizerin.

Othomar, achter de keizerin, zag naar de groep jongens. Hij zag, hoe Berengar met een enkel woord zich verontschuldigde bij het grootste hertogje en langs het achterplein verdween.