is toegevoegd aan uw favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 33, 1896 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LOUIS COUPERUS.

in onze vorige gemeente, een familie van Erlevoort gekend, een adellijke landvrouwe en kinderen en kleinkinderen, even aantrekkelijk, als zij, die in den roman beschreven worden, even aanzienlijk, even huiselijk, even ontwikkeld, maar wij verzekeren den Heer Couperus, dat deze familie des Zondagsmorgens niet in het bosch onder de boomen ging liggen, maar den boeren zelfs een voorbeeld gaf van eerbied voor Gods huis, en wij zijn er van overtuigd, dat zoo hij daar ooit te logeeren ware geweest, hij waarschijnlijk meê naar de kerk zou zijn genomen. Couperus erkent het recht van den godsdienst in den zelfden zin, als waarin de Eomeinen uit de dagen van Cicero de instellingen van Pontifices en Augures eerbiedigden en de ongeloovigen van den tegenwoordigen tijd het herstel van de Katholieke kerk begeeren, n.1. om een instituut te hebben, dat een zekere wijding geeft aan menschelijke handelingen en volks-hartstochten in toom houdt, zonder eenige wezenlijke waarde te hebben tegenover een Alomtegenwoordigen God. Hij wil den godsdienst, als vorm bij het huwelijk van Georges en Lili, van Othomar en Valérie, als ceremonie bij den dood van Berengar en keizer Oscar. Couperus laat het hier echter niet bij, maar spot en lacht zelfs, met dat, wat door milliöenen nog voor heilig wordt gehouden. Hij laat, gelijk wij gezien hebben, de dichteres Tila dc sonnetten maken: „Jezus van Nazareth", waarbij haar minnaar in bewondering zijn profanieën uitspreekt. Hij laat Quaerts, het verloopen sujet, het knaapje van Cecile onnoodig betitelen „le petit Jésus.'' Hij mag een enkele maal spreken van de zachte Christus-leere, maar kan toch hij zijn laatslen roman „Wereldvrede" niet eindigen, of Xaverius, die kleine dreumes van vijf jaar, wordt alweer genoemd „een heilig kind, de kleine Zaligmaker." Wij, die Christus liefhebben en door Hem een Heiligen,