is toegevoegd aan uw favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 33, 1896 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KRONIEK.

De werkstaking der bootwerkers te Rotterdam, gesteund door een tweehonderd tal vrouwen, aangevuurd door een Engelschen deskundige van strikes, en eindelijk op zeer weinig uitgeloopen, kan door ons niet worden gebillijkt. Wij betreuren zulk een gebruik maken van de organisatie, zulk een verzet van het ééne lid onzer maatschappij tegen het andere. Het heeft ons verheugd, dat de RoomschKatholieke Werklieden-vereeniging, die zich noemt naar den Engelschen kardinaal, wiens glorie als karakter merkbaar is gedaald, werd teruggewezen als bemiddelaarster; maar met groote ingenomenheid hebben wij gelezen het manifest van den Werkmansbond voor leden van de Ned. Herv. Kerk, gevestigd te Rotterdam.

Het luidde aldus:

Aan de Bootwerkers onder de, leden.

Nu het bestuur van den Nieuwen Nederl. Bootwerkersbond, in zijne vergadering van Zondag 11. u heeft aangeraden de werkstaking te doen eindigen om reden dat vele van uwe grieven zijn ingewilligd, acht het bestuur van den Werkmansbond zich verplicht den leden (bootwerkers) in overweging te geven den arbeid te hervatten.

De stoffelijke schade door de werkstaking teweeggebracht, gevoelt gij zelf in uwe gezinnen genoegzaam om er hier over te kunnen zwijgen, maar het is onredelijk den strijd voort te zetten, als het doel is bereikt, waarvoor de strijd is aangebonden. In elk geval is zoo iets tegen de beginselen van den Werkmansbond en daarom meenen wij nu niet meer te mogen zwijgen.

In uw belang, in het belang van onzen Bond, in het belang der samenwerking van werkgevers en werklieden, in het belang van onzen winkel en middelstand, in het belang van onze goede stad Rotterdam, — dringen wij u te luisteren naar de stem van uw eigen geweten en een strijd te staken, die noodlottig dreigt te worden.