is toegevoegd aan uw favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 33, 1896 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVER HET GEBREK AAN GELOOPSVERZEKERDHEID, ENZ.

voortgaande. De vaste grond van het zaligmakende geloof ligt in het werk van Christus, niet in dat des H. Geestes. Wel moet de aanwezigheid van dit laatste blijken, zal men zich niet vleien met eene ijdele hoop. Maar dat het onvolkomen is, mag niemand doen twijfelen. Terecht zegt Brakel: „of men dan meer of minder licht heeft, meer of min gevoel, meer of min blijdschap en vrede, dat verandert de zake niet". ')

Een der moeilijkste onder de chronische toestanden, die wij aantreffen, is zeker wel die onzekerheid, die zoozeer tot eene zielskwelling is geworden dat zij alle vreugde en hope wegneemt en alle toespraak en gebed verijdelt, zoodat men er ten slotte moede van en moedeloos onder wordt. Hiervan liggen de oorzaken soms in een ingezonken zenuwleven, soms in verzwakking der geestvermogens. Maar niet zelden ook wordt dit laatste een gevolg van de hopeloosheid der ziel. God alleen weet in hoevele gevallen onbestreden zonden der vroegere, schijnbaar goede dagen zich aldus wreken. Wat kunnen wij tegenover zulke toestanden anders dan aanhouden in het bewijzen der liefde van Christus, en in het gebed dat Hij zelf kome en de duivelen uitwerpe, die wij niet konden uitdrijven? Dat komen van den grooten Ontfermer, indien het mag aanschouwd worden, zal ons dan wel tot onze beschaming doen zien hoeveel er aan ons vasten en bidden ontbroken heeft.

En voorts — volledigheid is hier niet mogelijk. Op psychologisch gebied zijn de gevallen schier zoo onderscheiden als de individuen, bij welke zij zich voordoen. Daarom spreek ik slechts in het voorbijgaan van die tijdelijke en schijnbaar onvermijdelijke stoornissen van den geloofsvrede, die ontstaan door benauwde omstandigheden,

1) Bedel. Godsd. I c 34 § 82, 4.