is toegevoegd aan je favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 33, 1896 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE VORSTIN VON GALLITZIN.

vinden in een tijd van overspanning, van overgevoeligheid; men had een onweerstaanbare behoefte om tranen te storten, om elkander te omhelzen, om brieven te schrijven en gedichten doorweekt van tranen en zuchten... maar toch waagt de platonische liefde, naar onze bescheiden meening, zich op glad ijs, en wenschen wij, van harte hen geluk, die er nooit op zijn uitgegleden. Hemsterhuis leidde de vorstin het heiligdom binnen der grieksche wereld; en 't was vooral Plato , dien hij haar kennen en bewonderen leerde, 't Is opmerkelijk, voor hoe menigeen ook in die dagen Socrates en zijn groote leerling een rustpunt, een verademing is geweest na al het plompe materialisme en het platte rationalisme, waarin men was opgevoed. Mendelssohn, Schleiermacher, Neander, Claudius en zoo vele anderen gevoelden zich tot de ideale grieksche wijsbegeerte aangetrokken, en vonden daar aanvankelijk vrede, of bevestiging van vrede voor hun moede zielen.

En zoo is 't ook gegaan met de vorstin von Gallitzin. Zij bewondert de Grieken, zij geraakt over hen in de hoogste geestdrift, zij blaakt voor hen van een gloed, dié den kalmen Hemsterhuis het hart verwarmt, en aan zijn geschriften een verheffing, een welsprekendheid meedeelt, die er vroeger niet in werd gevonden. Zijn leerlinge' begrijpt hem, dringt even diep als hij in den geest van Plato door; zij is hem weldra op zijde gekomen, en de tijd breekt aan, waarin zij hem voorbij streeft. Het is haar niet mogelijk bij Plato te blijven staan. Zij heeft, al is zij er zich niet van bewust, diepere behoeften aan geloof, aan God, welke Hemsterhuis niet wist te bevredigen.

Wij laten hier de vraag rusten, o. a. door Lessing gedaan, of Hemsterhuis een spinozist was, en de persoonlijkheid van God loochende; wij ontkennen niet de