is toegevoegd aan uw favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 33, 1896 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE VORSTIN VON GALLITZIN.

groote achting, welke Jacobi, Herder en Kant hem toedroegen, noch het feit, dat Göthe zijn definitie overnam van het schoone — maar hij was toch meer moralist dan theoloog, en bood meer voedsel voor het hoofd dan voor het hart. Hij had de vorstin gebracht in het voorhof, terwijl zij behoefte had om in te gaan in het heilige. En zij heeft dien stap gedaan — toen zij een tijdlang had vertoefd in Munster, waarheen wij haar thans willen vergezellen.

Wat had de vorstin heengetrokken naar Munster, de veste, waaraan zoo vele historische herinneringen verbonden zijn? Het was de groote roep, die uitging van den vrijheer von Fürstenberg. Zij gevoelde behoefte aan raad en leiding voor de opvoeding van haar twee zonen, en meende daartoe bij niemand anders te moeten aankloppen dan bij dezen keurvorstelijken minister. In zyn omgeving was het met zedelijkheid en onderwijs treurig gesteld. Men zeide toen: „Een gewoon priester moet een weinig geloovig zijn, anders noemt men hem een huichelaar; gaat hij echter hierin wat te ver, dan heet hij onverdraagzaam; een tncaWs-generaal mag glimlachen als iets tegen den godsdienst gezegd wordt; een bisschop mag daarbij luidkeels lachen; en een kardinaal mag er nog een woordje aan toevoegen." Ook Fürstenberg was een geestelijk heer geweest, die niet geloofde aan hetgeen den grondslag uitmaakte van de leer zijner kerk, doch hij was daarvan teruggekomen, en een geloovig christen geworden. Het wil niet zeggen, dat hij alle dogmen zijner kerk beleed, maar hij kon met een goed geweten zich katholiek noemen, doch alle enghartigheid en onverdraagzaamheid was hem vreemd.

In 't jaar 1776 had de vorstin von Gallitzin zijn „Verordening op de leermethode in de lagere scholen van