is toegevoegd aan uw favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 33, 1896 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KRONIEK.

aandacht gevestigd is of zal worden, — en wat daarvan de gevolgen zijn.

Dit terrein is het, waarop wij als mannen van de practische politiek elkander kunnen ontmoeten, onverschillig of wij hervormd of gereformeerd, luthersch of baptist, darbist of irvingiaansch zijn, hetzij gemeenschappelijk of in fractiën verdeeld.

Er is tegen zulk een, bijna zeiden wij: moedwillige blindheid geen redeneereu.

Mannen als H.H. Heemskerk, Kuyper en de door hen geijkten, zijn in onze schatting geen bondgenooten in den strijd tegen de revolutie. En hun kerkelijk standpunt dwingt hen tot een strijd op leven en dood tegen de Ned. Herv. Kerk. Zulke mannen helpen wij niet op het kussen. Nu moge de Banier in gekuischt nederlandsch spreken van „kerkelijke poespas", — wij trekken de kerk als zoodanig niet in den politieken strijd, vragen geen votum van de Algemeene Synode, brengen de politiek niet in den kerkeraad, maar als leden der N. H. Kerk, en als protestanten, spreken wij het als onze meening uit, dat een vijand van onze kerk onze stem niet hebben mag.

Uit een officieele „Eede" door Dr. Woltjer op 20 October j.1. gehouden blijkt, dat de heer W. Hovy heeft bedankt als directeur der „Vrije Universiteit", en dat de heer Mr. A. W. van Beeck Calkoen het college curatoren verliet, dat nu slechts drie leden telt. Het aantal professoren verminderde weder door het vertrek van de HH. de Savornin Lohman, vader en zoon. Van nieuwe benoemingen hooren wij niet. De Heer Woltjer verklaart: „Toch wanhopen wij niet." Dat is inderdaad dapper gesproken. Maar de Heer W. houde het ons ten goede, dat wij in ons ongunstig oordeel over „de Vrije Univer-