is toegevoegd aan uw favorieten.

Stemmen voor waarheid en vrede jrg 33, 1896 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KRONIEK.

en men in Regeeringskringen zich zeer sterk verontwaardigd heeft getoond. Naar ons bescheiden oordeel had de Regeering den zendelingen en het Zendelinggenootschap die grievende teleurstelling moeten besparen. Voor hetgeen zij in de 60 jaren hunner werkzaamheid in de Minahasa hebben tot stand gebracht, had hun eene andere bejegening moeten te beurt vallen.

Mij dunkt: de Tijd zal nu toch wel begrijpen, waarom wij niet in de handen klappen, als wij hooren: daar komen acht roomsche geestelijken meer!

Een tweede opmerking van de Tijd brengt ons de mededeeling, dat terwijl op de indische begrooting voor de eeredienst der protestanten is uitgetrokken ruim ƒ300.000, dit voor den roomschen eeredienst, de acht aangevraagde Heeren er onder begrepen, ruim f 92.000 bedraagt. Trekt men de respectieve cijfers voor de Buitenbezittingen afzonderlijk uit, dan is de verhouding nog ongunstiger.

Maar, wij vragen: moet zij dan omgekeerd gunstiger voor de roomschen zijn? Of moeten protestanten en roomschen evenveel ontvangen? Nu wordt voor laatstgenoemden op eenmaal meer aangevraagd 8 X 1800, dat is ƒ12.400. Indien dat zoo voortgaat, dan zullen de roomschen ons spoedig inhalen, temeer, omdat de Regeering tegenover de protestanten zeer karig is.

Doch, zoo zegt de Tijd, het aantal zielen, behoorende tot de R. C. kerk is zóó toegenomen, dat een achttal geestelijken meer noodig is geworden. Wie hebben dat geconstateerd? Men kan hier niet afgaan op de gegevens door de geestelijken verschaft. De Locomotief berichtte in 1879, dat op het eiland Flores volgens de opgaven der roomschen, 15.000 inlandsche christenen woonden, waarvoor de Regeering jaarlijks 20 a 25 duizend gulden geeft. Een schrijver in de Locomotief berichtte toen, dat voor