is toegevoegd aan uw favorieten.

Ons eigen tijdschrift, 1927 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Om de stilte

DOOR LEONARD DE MAERE. 0 0 0

Op^SS^> E HAVEN VAN HET VREEMDE LAND.. lmj$}KvX Toen Omidi aan dek kwam, zag hij de ^^rAjwS groote, donkere lucht sterreloos. Hij had QVfJ*~&M het al vermoed .... 0 cm n Nu stuwde hij mee in de horde der bootslui,

die met hem uit het roose diep naar boven waren geklommen, in het killer duister; mee de brug af, naar het harde rumoer van de licht-doorschichte kade. 0 Hij wrong zich los uit de stuwing, stond alleen. Als ver weg brandden vensters, 'n Deur zwaaide open: het uitschietend licht blonk als 'n lemmet in het halfduister. De lange schaduw van 'n krijschend draaiende kraan schoof over hem heen. En dan voelde Omidi het harde gerucht op hem aanvallen .... 0

— Allo, luie gannef, hier hei' je 'n slaappilletje! Omidi keek tegen den kerel op, schudde z'n hoofd en beduidde den kastelein hem in te schenken. 0

— O! knijpt-ie 'm daar? Wil mesien liever z'n eigen nering? Je bent me toch ook geen schrabbertje waard, weet je? Proost! 0 Anderen kwamen bij staan. Omidi greep z'n glas van de toonbank. 0

— Proost, blauwbaard!

— Op de gezondheid van je gepoelitoerde femielie!

— Da je lekkertjes in de indische zon in je vet mag smoren! 0

— Versta je?

— Menschen, meende de Kastelein, ie begrijpt jullie niet.

— Zóó? stak er een z'n loenschen kop over de toonbank, denk je? Mos je zien as er in de kombuis van snert en boonen werd verordeneerd! Da verstond ie as jij! Wat ik je smoes! 0

— Da benne nou maar praatjes voor-den-wind-weg, schorde 'n schoftige maat. Zich tot den kind-tengeren Indiër keerend: We moessen nou 's overleggen. Onwillekeurig keek Omidi op. Je leit 'r nou toch eenmaal in ons vaarwater, redeneerde de schorre, 'k geef je den raad: draai bij. Kom langs zij, man, gooi je trossen over en laten we dan 'r 's effe met 'n warm kruikje over de scheepspapieren gaan zitten. Je kent de ordenansie: 'k klim bij jou an boord, dus jij bent de persoon die met de proppies af-komt. Hê-je me in 't licht? Hij blafte z'n lach over Omidi heen, die weer hoofdschudde en den kastelein aankeek.

— Da, wees deze naar 'n jenever-flesch en daarna in 't rond langs de maats. Omidi knikte. 0

— Bravo! werd geroepen, 'n Paar grepen hem aan en hosten met hem rond. 0 't Glas dat de herbergier hem reikte dronk hij in één teug.

— Zóó willen we 't zien! riep de schorre. — Op je villa in de boschjes, kap'tein!

De glazen gingen vlug van den schenker naar de drinkers. Omidi schoof 't zijne nogmaals toe. 'n Lichte beneveling tastte hem aan. Het rumoer rondom kreeg iets van 'n wilde muziek ....

— Bravo! Bravo!

— Mijn vaderland, mijn trots! .... declameerde een. Lallende stemmen zongen 'n schrillen deun. 0 Méér. Het vocht schroeide 'n helsche warmte door z'n lijf. De wilde muziek werd 'n woest cymbalende

klank-chaos. Omidi hoorde het aanzoemen van 'n donkeren nacht, licht-violet doorschoten van verschrikking . . Méér .... Daar traden ze aan, de demonen van z'n volk. Onontkoombaar, dwingend, gebiedend naar den dood.... 0 Half-dronkenen zeulden hem mee.

Buiten bloeiden de havenlichten geel in het sterreloos zwart. Omidi rilde. Aan de volgende kroeg deinsde hij terug voor het opnieuw aanvallend gerucht. 0 — Mêe!

Bij de tafeltjes groepten gestalten in den wazigen gloor, 'n Vrouwestem, ziek van onverzadigdheid, scheurde door de zwoelte. Diep in Omidi rees 'n somber besef. Drank .... Z'n grijpende hand beefde. 0 De vrouwestem kronkelde om hem heen als 'n gloed, schaduw en fakkeldans. De cymbalende muziek zette weer in. Het groote, hijgende geluid van het gezicht voer op hem aan .... De donker, gonzende muziek van sterven .... 0 Omidi voelde 'n heeten dorst branden in z'n keel. Drank.... 0 Het werd diepe nacht voor Omidi. De geluiden vielen stil. Alleen 'n zachte kind-klacht als van de gamelan zong.... 0 Hij luisterde. Was het niet? ....

Het droeve zingen klaagde voort, vol-zacht verhalend, naar verten .... of millioenen wezens gebogen hurkten onder 'n wonder-bloeienden hemel, allen omspannen door den éénen droom... 'n Oneindig verlangen stond op in Omidi. Maar de stilte scheurde uiteen, 'n stemmen-lawine stortte over hem neer: hij herkende den verbijsterenden schijn. Tergend werd het hem bewust. Hij sprong vooruit, intuïtief, als ging het om z'n leven, dat hij smadelijk ten prijs bood. 'n Gillende lach schoot op hem aan. 'n Vrouw wankelde naar hem toe .... 0 Omidi zag: van zijn ras ....

Door z'n duister brein vlamden gedachten. Hij zag den droom, zijn verlangen, van z'n volk, in de wijddolende oogen der vrouw. Hij hoorde het harde rumoer, het wreede. Het denken kruiste in z'n hersenen. De schroom, het biddend reiken der millioenen .... De nood in dit hard-vijandige land .... Bliksemsnel voltrok hij: z'n kris wist de plaats van het hart: het vrouwelichaam zonk voor z'n voeten.... 0 Alle leven hortte. Sekonden van krankzinnig-grootsche plechtigheid stond Omidi opgericht. Toen brak het geweld van alle kanten los. Hij liep op de deur toe. Handen haakten grijpend in z'n kleeren. Hij rukte zich vrij, vlood in den nacht.... 0

En vér van de vijandige stemmen, die huilend weerkaatsten tegen de huizen-vlakken, stond hij even stil op den rand van de kade: in den schemer van het opblinkend water het zwart silhouet van z'n wezen met uitgebreide armen, als 'n priester .... 0 Dan rimpelden de gele havenlichten wijd-uit over het kil-duistere water .... 0

22