is toegevoegd aan uw favorieten.

Ons eigen tijdschrift, 1927 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Moe, moe, moe", zei Marietje, die het woord, dat Wim nu al zoo vaak had gezegd, begon op te merken. Wim schrok er haast een beetje van toen dat zoo ineens uit het kleine mondje kwam. 0 „Niet moe, moe-der", zei hij haar nog eens duidelijk voor, maar Rietepiet vond het zoo al heel prachtig. Ze lachte vriendelijk en zei dan weer moe, moe. 0 Wim vond het heerlijk. Dit was nog eens een geheimpje, dat de moeite waard was. Hij zou er niemand wat van vertellen en het stilletjes voor zich en Marietje bewaren. Als moeder kwam zou hij het haar laten zeggen. 0 Toen de grooten uit school kwamen, zei hij er hun dan ook heelemaal niets van en Rietepiet was blijkbaar het geheele geval vergeten: die zat maar weer lustig te praten van tetete en tatata, heele lange verhalen, maar moemoe zei ze geen enkelen keer. 0 lederen dag deed Wim nu zijn best en het ging prachtig Als hij begon: „Moeder", dan keek ze hem al dadelijk aan en als hij het nog een paar keer zei, kwam er heel duidelijk moemoe. 0 Eindelijk kwam de gewichtige dag. 's Morgens vroeg was vader al weggereisd en tegen den eten zouden ze samen terugkomen; half zes konden ze in huis zijn. Het was als een verjaardag, maar veel heerlijker nog. Overal stonden bloemen, zoo blij was iedereen dat moeder weer thuis kwam. De kinderen hadden feestelijke kleeren aan, Wim zijn nieuwe matrozenpak en het kleintje een rose jurkje. 0 Zij, met z'n vieren, zouden ook bloemen geven, een prachtige boeket roode rozen. 0 „Weet je wat", zei Zus, „we laten ze klein Marietje geven, dan neem ik haar op den arm"; en toen het naar half zes begon te loopen nam ze de bloemen uit de vaas, droogde voorzichtig de stelen af en deed er een papier om heen tegen het steken van de doorns. Toen ze de sleutel in de voordeur hoorde, nam ze de baby op en samen hielden ze de rozen vast. 0 Daar had je moeder, net als vroeger met dikke roode wangetjes en vader er lachend achteraan. 0 „Moeder", juichte Wim. „Lieve moeder", zei Zus,

„deze rozen zijn van ons vieren omdat we zoo blij zijn". En Gerard die haast even lang als moeder was, had haar al te pakken voor een zoen. 0 Dan stak moeder haar armen uit naar het kleintje en de rozen. 0 Rietepiet kende haar moedertje niet meer, omdat ze nog te klein was toen ze wegging. Even leek het of ze weer bij zus terug wou kruipen. 0 Maar toen kwam het mooie. Wim ging er naast staan en zei heel duidelijk: „dat is moeder, moe-der" en lief lachend liet ze zich op den arm nemen en babbelde: „Moemoe, moemoe". 0 O! riepen ze allemaal en moeder ging zitten, het zusje op haar schoot. 0 „Moeder", zei Wim, „ik heb het haar geleerd, omdat ze anders niet geweten zou hebben dat ze ook een kindje van je was". Toen tilde moeder haar dikke vierjarige jongen op en ze zag niet eens, dat ze hem boven op de rozen zette en gaf hem een zoen. „Jij groote lieve schat", zei ze en toen begon ze te huilen. Sommige menschen huilen wel eens als ze heel heel blij zijn. 0 Maar Wim begreep dat niet goed. „Je moet niet huilen", zei hij, „we zijn allemaal blij en we eten taart!" Toen werd het pas zooals hij wou, want iedereen lachte ineens en moeder ook. En zus nam Marietje en vader Wim en moeder schudde haar hoofd over de rozen, die een beetje gekneusd waren door Wim, die dikkerd. Maar toen ze in de vaas midden op de tafel stonden, zag je er haast niets meer van. ,,En nu de taart", riep vader. „Hoera de taart", riep Wim.

„Ta, ta", zei de baby. 0

30